Marinus van den Berg (1947) is een Nederlandse pastor en schrijver die bekendstaat om zijn toegankelijke en vaak poëtische teksten over levensvragen, rouw en zingeving. Al decennialang verblijft hij met enige regelmaat in Tubbergen, waar hij zich thuis voelt in de rust en de menselijke verbondenheid van Twente.
Door zijn werk als rooms-katholiek pastor, onder meer in de gezondheidszorg, kwam Van den Berg intensief in contact met mensen die te maken hadden met ziekte, verlies en afscheid. In gesprekken met patiënten, familieleden en nabestaanden leerde hij hoe moeilijk het soms is om woorden te vinden voor verdriet, gemis en hoop. Juist deze ervaringen vormden een belangrijke inspiratiebron voor zijn vele boeken en teksten.
Vrijdag 6 maart jl. ontmoetten wij elkaar in Droste's Herberg. Bij die gelegenheid schonk ik hem een exemplaar van mijn boek over de Tubbergse schrijfster Marie Koopmans (1888-1979). “Familie van de bakker?”, was zijn spontane reactie. Onder het genot van een kop koffie spraken we onder meer over de Twentse volksgebruiken die Marie Koopmans zo treffend heeft beschreven. Ook kwam de Pater Piostichting ter sprake; een sekte waarmee Van den Berg negatieve ervaringen heeft gehad. Het was een ontmoeting waarin - zoals zo vaak bij Van den Berg - het persoonlijke en het beschouwende elkaar op een vanzelfsprekende manier vonden.
De boeken van Marinus van den Berg zijn voor veel lezers inspirerend. In zijn werk probeert hij woorden te geven aan gevoelens die vaak moeilijk uit te spreken zijn. Zijn schrijfstijl is eenvoudig, rustig en bijna meditatief van toon. Juist daardoor ervaren veel lezers zijn teksten als herkenbaar en troostend. Hij laat zien dat verdriet bij het leven hoort en dat herinneringen aan geliefden blijven voortbestaan. Thema’s als rouw, troost, verbondenheid en spiritualiteit keren steeds terug in zijn werk. Niet voor niets worden zijn teksten regelmatig gebruikt bij herdenkingen, uitvaarten en momenten van bezinning.
Naast boeken voor volwassenen schreef hij ook voor kinderen. Een bekend voorbeeld is het prentenboek De drie vogels (1990), waarin het thema verlies op een warme en toegankelijke manier bespreekbaar wordt gemaakt. Voor mij persoonlijk heeft dit boek een bijzondere betekenis. Het verhaal is geïnspireerd door het overlijden van mijn nicht Annette uit Albergen, die in 1989 op drieëndertigjarige leeftijd stierf en haar man Frans en zoontje Frank achterliet.
In het verhaal volgen we drie jonge vogels die samen met hun vader leven. Wanneer hun moeder sterft, begrijpen zij niet goed wat er is gebeurd en voelen zij verdriet en verwarring. Hun vader probeert hun uit te leggen wat doodgaan betekent. Hij vertelt dat hun moeder nu “in de zon leeft”, waar het warm is en waar zij vrij kan vliegen. Stap voor stap helpt hij zijn jongen het verlies te begrijpen. Langzaam leren de drie vogels dat verdriet er mag zijn, maar dat het leven ook verdergaat. Ze blijven hun moeder herinneren terwijl ze opnieuw leren vliegen, spelen en samen verder leven.
In samenhang met dit kinderboek schreef Van den Berg ook het boek Het einde is het einde niet (1990). Daarin beschrijft hij voor volwassen lezers het ziekbed van Annette. Centraal staat de ervaring van deze jonge vrouw, die ervoor kiest open te zijn over haar ongeneeslijke ziekte. De manier waarop zij met haar ziekte omging, gaf niet alleen haar eigen leven maar ook dat van de mensen om haar heen een bijzondere betekenis. Haar verhaal nodigt uit om met andere ogen te kijken naar leven en sterven.
Beide boeken maken duidelijk dat (familie)verdriet bij het leven hoort, maar laten tegelijk zien dat liefde en herinneringen blijven voortleven. Als zodanig hebben zij in mijn bibliotheek een vanzelfsprekende en blijvende plaats gekregen. Met zijn boeken wordt Marinus van den Berg in Nederland gewaardeerd als een schrijver die met eenvoudige woorden ruimte schept voor stilte, troost en bezinning – woorden die uitnodigen om even stil te staan bij wat in het leven werkelijk van waarde is.
Zo werd onze ontmoeting een moment waarin gesprek, herinnering en bezinning samenkwamen – zoals ook in het werk van Marinus van den Berg.
Martin Paus