COLUMN - Vijftig jaar geleden kreeg ik voor mijn zestiende verjaardag een zakmes cadeau van mijn oudste zus. Haar man was onderwijzer op een school voor kinderen van Nederlandse militairen in Duitsland, onderdeel van de NAVO. Zodoende mocht hij belastingvrij spullen kopen op een Amerikaanse legerbasis.
Sigaretten en whisky voor mijn vader en ik kreeg dus dat prachtige geschenk. Het Zwitserse uitklapbare werktuig bevatte ook nog een schaartje, schroevendraaier, kurkentrekker, blikopener, priem en nagelvijl. Kortom, het was multifunctioneel gereedschap voor een stoere jongeman als ik. Het zakmes ging overal mee naartoe en heeft menig probleem opgelost. Een lieftallige vrouw zat ooit met de broekspijp vast in de kettingkast van de fiets en kon geen kant op. Het mes bevrijdde haar. Een schoolkamp had patat met appelmoes uit blik aan de kinderen beloofd. Toen bleek dat er geen blikopener aanwezig was, bracht mijn zakmes uitkomst. Veel losse schroeven werden snel aangedraaid en op menig feestje kon de wijn pas rijkelijk vloeien dankzij de kurkentrekker die ik bij me had. Beveiligers op het vliegveld en in musea moesten soms even overleggen of een dergelijk wapen wel toegestaan was. Ze snapten dat ik er ook onschuldig een appeltje mee kon schillen. Je hoeft voor mij niet bang te zijn. Maar na een halve eeuw brak iets van het rode plastic handvat af. Een winkelier in ijzerwaren was blij een vervangend mes te kunnen verkopen. Hij vertelde dat er ooit twee fabrikanten waren, die elkaar beconcurreerden. Ik had nog een exemplaar van de partij die door de andere firma was overgenomen. Mijn Wenger Delemont had kwaliteit. Dat waren de beste, zei de verkoper. Maar zelfs als de nieuwe half zo lang meegaat, weet ik zeker dat dit nieuwe mes ook altijd bij me zal zijn. De huissleutels zitten er namelijk aan vast.
Ds. Roelof Kloosterziel