Terug
IMG_1923.jpg
Uitgaan & Cultuur

Haar-scherp - De memoires van Jaap van der Beek

Soms overkomt je iets waarvan je denkt: dit kán geen toeval zijn. Je bladert wat gedachteloos door een onbeduidend boek en plotseling sta je - tussen de regels door – oog in oog met je eigen jeugdherinneringen. Zo verging het mij onlangs, toen ik een uitgave in handen kreeg met de titel 'Haar-scherp', de memoires van Jaap van der Beek.

Martin Paus |

Jaap, herenkapper met een scherpe pen en een minstens zo scherp geheugen, neemt de lezer mee naar zijn jonge jaren in het kappersvak. Het is een vermakelijk boek en rijk aan anekdotes. Wat ik echter niet had kunnen vermoeden, was dat ik zomaar een voor mij zó vertrouwde naam zou tegenkomen: Hemmelder. Jawel, kapper Hemmelder uit Tubbergen!

Voor veel Tubbergenaren is die naam allesbehalve onbekend. De familie Hemmelder was decennialang een begrip in het dorp. Bijna een eeuw geleden vestigde  A.J.M. Hemmelder zich in Tubbergen. Drie generaties lang werd het kappersvak er met vakmanschap en toewijding uitgeoefend. Joop senior was niet alleen kapper, maar ook een maatschappelijk zeer betrokken man. Joop junior breidde de zaak verder uit en gaf daarnaast les in het kappersvak. Later nam Ron het stokje over. De kapsalon was gevestigd aan de Fleringerstraat (later Grotestraat), naast Hotel Kemperink en schuin tegenover mijn ouderlijk huis: een altijd drukbezochte zaak, met naam en faam in Tubbergen en wijde omgeving.

Des te boeiender was het om te lezen dat de auteur van 'Haar-scherp' ooit bij Hemmelder had gewerkt. Op 6 maart 1939, zo noteert hij, trad hij in dienst bij ‘de nieuwe baas’ Hemmelder:

“… want toen had ik een baan in Tubbergen, 11 km achter Almelo. Agaath en Syts woonden niet ver daar vandaan, dus dat leek zo gek nog niet. Tubbergen, een rustig dorpje dat enige bekendheid genoot doordat de bekende priester/staatsman Dr. Schaepman (1844-1903) er vandaan kwam.

Hemmelder heette de nieuwe baas en de bazin lag in het kraambed toen ik er op maandag 6 maart 1939 mijn intrede deed. Op zaterdagmiddag werkte ik in de dependance, een klein nest ±4,5 km ten zuidoosten van Tubbergen, Reutum geheten. Achter een winkel in ijzerwaren, huishoudelijke en religieuze artikelen (een Mariabeeld stond er geëtaleerd in een spijkerbak) was een ver hoekje waar ik mijn kunsten vertoonde. Bijna alle scheerdoeken nam ik weer schoon mee terug, want die kerels waren zo smoezelig dat ik het zonde vond voor elk een schone doek te gebruiken. Ze waren ook nauwelijks te verstaan, die kerels dus. De aanwezige turf was van een zodanige kwaliteit dat mijn kleren twee dagen later nog stonken. Maar de Hemmelders waren bijzonder aardig. De eerste zondag ging ik via Albergen, waar ik de mis bijwoonde, naar Hengelo. Hemmelder had twee monteurs in de kost die in de Sint Pancratuskerk een centrale verwarming aanlegden. De ene kwam uit Nijmegen waar "soms" "smanks" is; in Twente is dat "manks." Het grapje was dus: "Smanks zeg ik manks en manks zeg ik smanks".

In de tweede week ontving ik een brief van Gejas, gedateerd 13-03-1939: Hennie was alweer naar zijn oude baas in Twello en als ik zin had..., mijn plaats was nog open. Ik liet Hemmelder de brief lezen. Hij had geen enkel bezwaar, zodat ik na twee weken avontuur (ik had er het drinken van jenever geleerd) weer in de Baljeestraat terug was. Hemmelder kreeg later een baantje bij de kappersbond en kwam zodoende nog wel eens in de Korfmakersstraat. Zijn zaak had hij aan zijn zoon overgedaan.”

Wat dit boek voor mij bijzonder maakte, was deze summier beschreven colour locale van Tubbergen. Uiteraard vanwege mijn passie voor de lokale historie, maar ook omdat ik alle drie de generaties Hemmelder heb gekend. 'Haar-scherp' liet mij beseffen dat herinneringen, hoe klein of lokaal ze ook lijken, deel zijn van iets groters. Het idee dat iemand die ik nooit heb ontmoet ooit in de kapperszaak van Hemmelder heeft gestaan, in Reutum werkte en in Tubbergen zijn eerste jenever dronk, maakt het verleden ineens heel tastbaar. Soms ligt het eenvoudigweg te wachten, onverwacht, tussen de bladzijden van een onbekend boekje. 

Martin Paus