COLUMN - Normaal zitten we er altijd vrolijk bij. De geraniums en ik. Maar nu even niet. We zien wat bleekjes. Zijn aangeslagen. ‘Zal ik het de lezer vertellen?’, vraag ik. ‘Doe maar, Peter’, zeggen ze unaniem, ‘het lucht misschien een beetje op, van je afschrijven helpt.’ Nou, daar gaat ie.
Mijn vroegere klasgenoot van de Pedagogische Academie kondigde op LinkedIn aan dat hij binnenkort stopt met werken. Pensioen. Ik reageerde: ‘George, P.A.-genoot, groot gelijk. Het bevalt mij uitstekend achter de geraniums. Dat gun ik jou ook.’ Een paar dagen later zijn reactie: ‘Ha Peter, dat is lang geleden. Destijds veel samen op pad naar onze stagescholen. Inmiddels ruim 40 jaren later. Hoop niet achter de geraniums te belanden, nog plannen genoeg. Het ga je goed.’ Ik las zijn reactie voor aan mijn geraniums. Ze vielen van hun takje. Op hun bladeren vloeiden een traantje. ‘Hoop niet achter de geraniums te belanden….’ Mokerslag bij heldere hemel.
Ik dacht terug aan onze tijd op de P.A. Hoogveld. Mooie tijd. We waren maten. Naast de stage deden we veel projectopdrachten samen. Elke maandagochtend sterke verhalen vertellen over de zondagavond, George over zijn belevenissen bij Bruins, ik over de Kul.
Nu ik dit opschrijf klaart de lucht inderdaad op. Psychologisch inzicht hebben ze. Mijn geraniums. We zijn al heel blij dat George ‘plannen genoeg’ heeft en het niet heeft over een ‘bucketlist afvinken.’ Dat hadden we niet overleefd. Speciaal voor mijn studiemaat van weleer dan nog één keer: er is geen mooiere plek voor een pensionado dan de plek waar ik mijn stukjes schrijf, achter de geraniums. Punt.