Op zaterdag 6 juni jl. vierde Van Heek Textiles in Losser een bijzondere mijlpaal: het fabrieksgebouw bestaat 100 jaar. In dit rijksmonument op bedrijventerrein De Pol is een van de laatste textielfabrieken van Nederland gevestigd. Een mooie aanleiding om aan de betekenis van de ‘Textiel’ voor Losser aandacht te schenken.
In de ontwikkeling van het dorp Losser zijn twee fasen van groei te onderscheiden. De eerste begon aan het eind van de 19e eeuw en de tweede omstreeks 1960. In deze bijdrage gaat het over de eerste groeigolf. De tweede was die van de luchtmachtmilitairen en de mobiel geworden burgers die vanaf 1959 naar Losser trokken om er te wonen terwijl ze al ergens anders werkten.
Eeuwenlang was er in Losser nauwelijks sprake geweest van groei. Daar kwam verandering in door de opkomst van de textielindustrie. Vanaf 1890 kwam er een ‘grote trek’ op gang vanuit Noord-Overijssel, Drente en Zuid Friesland naar de textielindustrie in Enschede, Oldenzaal en ook in Gronau. Een deel van deze immigranten ging wonen in Losser en niet te vergeten Overdinkel. Zo telde de gemeente in 1892 nog 5.200 inwoners, maar in 1915 was dat aantal gestegen tot 12.500.
Deze groei, die ook voor andere Twentse gemeenten gold, bracht een aanzienlijke verschuiving tot stand in de verhouding tussen de aantallen hervormden en katholieken. De meeste immigranten waren niet katholiek, wat destijds bijna per definitie betekende dat ze hervormd waren. Losser was daarvan een heel duidelijk voorbeeld. Het percentage hervormden groeide van 5,7% in 1840 tot 20,0% in 1899. Het hoogste percentage werd bereikt in 1920 toen het volgens de gegevens van de volkstelling van dat jaar 24,1% bedroeg.
Op de hervormde (tegenwoordig: protestantse) begraafplaats aan de Kloosterstraat in Losser houden veel grafmonumenten de herinnering levend aan families afkomstig uit de kop van Overijssel, Friesland en Drente. Overigens zult u op de begraafplaats bij de H. Maria Geboortekerk hetzelfde aantreffen.
Op de foto’s de eenvoudige, houten maar karakteristieke grafmonumenten van Albertus Kuperus, geb. 3-4-1886 overl. 10-12-1921 en van Vroukje van Essen (e.v. G.J. van Rinsum), geb. 4-8-1875 overl. 11-1-1940. Deze grafmonumenten zijn zelf ook historie geworden, want ze staan momenteel niet meer op de begraafplaats.