LATTROP - De uitgaansperiode met weekenden vol zoep’n, brekk’n en angoan liggen al een tijdje achter mij, maar regelmatig worden er met zoepmoaties van weleer nog herinneringen opgehaald. Zo’n twintig jaar geleden (och, wat voelt dat akelig oud) begon het bij Tijs Kinderparadijs. Want daar mocht je destijds met 15 al naar binnen en met 16 alcohol drinken en roken. Met bussen vol kwamen ze ervoor naar Lattrop. Gelukkig konden wij het op de fiets af. Zaten we daar als kinderen die nog nig dreug achter de oor’n waren met een halve liter aan het schap. En sommigen met een peuk op de lip, want een pakje Marlboro kon je er als snotneus ook gewoon halen. Gelukkig was daamp’n nooit mijn ding en bleef de schade de volgende dag beperkt tot dakzeert en een rale pens. Ja, een ochtend sloerig in ’n rakkert was ook toen al inherent aan een gezellige avond. Maar ja, als schoolgaande blaag zonder volwassen verantwoordelijkheden was het credo ’s avonds een vent, ’s ochtends absent. Toch maar goed dat de leeftijdsgrenzen inmiddels iets opgeschroefd zijn.
Achja, Disco Tijs. De hele Dorpsstraat stond vol met bussen. Buiten soms (te) jonge grietjes die, toen we wat ouder waren, vroegen of ze met ons mee mochten lopen om binnen te komen. Langs die potige kearls in hun Tijs-spijkerjackjes bij de kassa was voor beginnende stappers toch een spannend moment. Bij binnenkomst hadden we een vast patroon. Eerst de tuk vol munten en daarna even rondkijken in ‘de grote zaal’. Er was een dansvloer, maar daar was het nog niet druk. Ook wij waren te bleu, dus dan maar naar de zaal voor de boer’n. Klompen, schakelkettingen en borstzakjes met shag in houthakkersblouses was het toonbeeld. We lieten er ons vollopen met halve liters tot we op de vrolijke piratendeuntjes meehengsten op het schap. Dan door naar de zaal voor de hardcore-Bennies. Het beeld was er iets veranderd. Nog steeds de schakelkettingen, maar in plaats van de shag in het borstzakje een pakje Marlboro in de zakken van te strakke jeans. En in plaats van klompen werden er pasjes gemaakt op Nike Air Max. Inmiddels was er genoeg drank in de man om ook even gek te doen. Maar niet te lang – om tinnitus te voorkomen. Dan buiten even een frisse neus halen. De nacht was gevallen, dus even kijken of er nog sensatie was. De eerste lamlendigen en vechtersbaasjes waren er immers al uitgezet. Buiten werden er dan nog wel eens wat plakkaatjes gelegd, waarna er duizelig op de stoeprand werd gewacht totdat papa ze kwam ophalen. Er klonk hoongelach, maar gelukkig voor de degenen die te diep in het glaasje hadden gekeken bestond er nog geen TikTok of Snapchat. Nog meer sensatie was er als er knokpartijtjes waren. Meestal tussen dorp en stad of Nederlanders tegen Duitsers. In dat geval moesten de Nederlanders van goede huize komen, want de Duitsers kwamen altijd met auto’s en waren dus al 18+. Desondanks was knokken nooit een goed idee, want de beren van beveiligers konden tegen de iele mannetjes gerust een hand op hun rug houden. Regelmatig werd zo’n vechtersbaasje dan gewoon aan de kraag omhooggetild, met opnieuw hoongelach tot gevolg.
Afijn, voor de laatste uurtjes was er genoeg moed ingedronken om de grote zaal in te duiken en ons toch naar de dansvloer te begeven – om ons onsterfelijk belachelijk te maken. Goddank bestond er ook voor ons nog geen TikTok of Snapchat. Afgesloten werd er met het hoogtepunt van de avond: de snackcorner. Nog even wat vette friet met een frikandel, kipcorn of bamischijf in ons inwendige biervat gooien. Maar voor de terugtocht waren we nog niet verzadigd. Eerst nog even langs het openstaande luikje aan de overkant, van Bakker Brunninkhoes. Iets halen voor uit het vuistje op de fiets. Puddingbroodjes, een halve stoet’n of in het najaar pepernoten. Soms ook een stokstoet’n, om uit baldadigheid mee te zwaardvechten en op elkaars harses kapot te slaan. De slotactiviteit volgde op de fiets terug. Struukduuk’n! Soms had je een heerlijke zachte landing, waar het heel verleidelijk was om je roes in uit te slapen. Maar met een beetje pech landde je er op een met stekels of brandnetels. Naast dakzeert en een rale pens had je dan de volgende ochtend ook kapotte kleren en bloederige krassen. Achja, aj mer skik hebt had. Buiten Twente wordt er vaak met bovengemiddelde interesse gevraagd naar brommers kiek’n. Daar heb ik er weinig van gezien. De hoogtepunten bleven voor mij vaak beperkt tot de snackcorner, de bakker en het struukduuk’n. De lokale boerendisco’s en -dancings zijn, op Bruins na, uitgestorven. De jeugd gaat nu met bussen naar festivals. Maar deze lange zwoele zomernachten staat er, terugfietsend zonder jas, vast nog wel ergens een mooie zachte – of stekelige – struik.