Terug
IMG_4998
Column

Klaas Gubbels - “met niets iets”

Op 17 augustus jl. ontmoette ik Klaas Gubbels in zijn atelier in Arnhem. Nog voordat er een woord was gesproken, was er al een gevoel van herkenning. Daar stond ik tegenover de kunstenaar wiens werk mij al jarenlang raakt en bijzonder dierbaar is.

Martin Paus |

De schilderijen en tekeningen van Gubbels, die op vele plaatsen in binnen- en buitenland zijn tentoongesteld, lijken op het eerste gezicht eenvoudig, bijna vanzelfsprekend. Maar wie langer kijkt, ontdekt steeds meer. Achter een tafel, een stoel of een koffiepot blijkt een hele wereld schuil te gaan.

Ik had mij vooraf voorgesteld dat onze ontmoeting vooral over kunst zou gaan. Over kleur, compositie, vorm en de voorwerpen die zo kenmerkend zijn voor zijn oeuvre. Maar eenmaal in zijn atelier merkte ik dat het gesprek zich al snel naar iets anders verplaatste: naar het gewone leven. Een tafel. Een stoel. Een koffiepot.

Voorwerpen die we dagelijks gebruiken en waar we doorgaans nauwelijks bij stilstaan, krijgen in het werk van Gubbels een eigen karakter. Ze lijken bijna menselijke eigenschappen te bezitten. Een koffiepot kan wachten. Een tafel kan zwijgen. Een stoel wordt een aanwezigheid.

Terwijl we thee dronken en spraken over zijn leven, dat al decennialang volledig in het teken van de kunst staat, keek ik om mij heen. Ik besefte opnieuw hoe bijzonder het is wanneer een kunstenaar ons leert kijken naar dingen die we allang menen te kennen.

Misschien is dat wel een van de grootste kwaliteiten van Gubbels’ werk. Het vraagt niet om aandacht, maar weet die vast te houden. Het dringt zich niet op. Het geeft ruimte aan de blik.
Ik vroeg hem waarom juist die eenvoudige voorwerpen hem zo blijven fascineren. Misschien was het antwoord minder belangrijk dan de vraag zelf. Want wie naar zijn werk kijkt, begint te begrijpen dat eenvoud iets anders is dan simpelheid.

Achter de schijnbare eenvoud van een tafel of een koffiepot schuilt een wereld van verhoudingen, ritme, stilte en herinnering. Het zijn voorwerpen die deel uitmaken van ons dagelijks bestaan. We drinken koffie, zitten aan tafel, schuiven een stoel aan. Kleine handelingen die zich dag na dag herhalen en daardoor bijna rituelen worden.
Juist daarin ligt voor mij een belangrijk geheim van zijn kunst. Gubbels maakt het alledaagse bijzonder zonder het geweld aan te doen. Hij verheft het niet en maakt het niet mooier dan het is. Hij kijkt er slechts met een andere blik naar — en neemt ons in die blik mee.

Er is geen overdaad nodig. Een paar lijnen. Een kleurvlak. Een herkenbare vorm. En plotseling ontstaat er iets dat je niet alleen ziet, maar ook voelt.
Terwijl ik daar zat, kreeg ik steeds sterker het gevoel dat kunst helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn om diep te kunnen raken. Soms is stilte voldoende. Een koffiepot kan meer zeggen dan een uitvoerige voorstelling.
Ik keek nog eens naar de werken om mij heen en realiseerde mij dat mijn bewondering voor Klaas Gubbels niet alleen voortkomt uit wat hij maakt, maar ook uit wat zijn kunst met mij doet. Ze vertraagt mijn blik. Ze brengt mij terug naar het kijken zelf.

In een wereld waarin alles steeds sneller lijkt te moeten, is dat misschien wel een van de mooiste geschenken die een kunstenaar kan geven: tijd.
Tijd om te kijken.
Tijd om iets eenvoudigs opnieuw te zien.
Tijd om niet meteen iets te hoeven begrijpen.
Wat mij tijdens onze ontmoeting bovendien trof, was zijn onvermoeibare houding tegenover het kunstenaarschap. Op zijn 92ste spreekt hij nog altijd met passie over het maken. Hij wil blijven werken, zeven dagen per week, tot aan zijn dood. Die uitspraak zegt misschien wel evenveel over de kunstenaar als zijn oeuvre zelf.

Kunst is voor hem geen beroep dat men op enig moment neerlegt. Het is geen hoofdstuk dat ooit wordt afgesloten. Het is een manier van leven — een voortdurende behoefte om te kijken, te maken en opnieuw te beginnen.

Aan het einde van onze ontmoeting signeerde hij enkele boeken voor mij met de woorden: voor Martin Paus “met niets iets” Klaas Gubbels ’26. Een ogenschijnlijk eenvoudige formulering, maar juist daarom bleef ze bij mij hangen. Misschien past ze wel wonderlijk goed bij zijn werk. Want wat is ‘niets’? Een afwezigheid? Een leegte? Of juist de ruimte waarin iets kan ontstaan? Toen het moment van afscheid naderde, bleef vooral dat gevoel bij mij. Niet zozeer dat ik een beroemde kunstenaar had ontmoet, maar dat ik iemand had ontmoet die mij opnieuw had leren kijken naar de dingen om mij heen.

Een tafel is weer een tafel. Een stoel is weer een stoel. En een koffiepot is misschien nooit zomaar een koffiepot geweest. Dat is voor mij de bijzondere kracht van Klaas Gubbels. Hij laat zien dat schoonheid niet noodzakelijk ver weg gezocht hoeft te worden. Soms staat zij gewoon voor je. Soms staat zij op tafel. En soms is er niet meer nodig dan even stil te staan, te kijken en je te verwonderen over iets waarvan je dacht dat je het allang kende.

Misschien is dat uiteindelijk wat Gubbels ons leert: dat het gewone nooit gewoon is zolang we bereid zijn er werkelijk naar te kijken.

Martin Paus