DENEKAMP - Zaterdag 3 oktober waren Johan (88) en Truus (84) Wissink maar liefst 65 jaar getrouwd. Het echtpaar woont nog altijd zelfstandig en in relatief goede gezondheid in de Malandstraat. Terwijl de woonkamer vol familie zat, kwam locoburgemeester Manon Olde Meule het huwelijksjubileum meevieren. Namens de gemeente Dinkelland bracht zij de bloemen en felicitaties over. Vervolgens werden Johan en Truus als verrassing van de kinderen meegenomen naar Florilympha in De Lutte voor een gezellig samenzijn met de hele familie.
Johan Wissink werd op 31 maart 1938 geboren in Haaksbergen. Achter twee jongens en twee meisjes maakte Johan het gezin compleet. Johan kijkt terug op een prima jeugd, waarin hij achtereenvolgens naar de jongensschool en ulo in Haaksbergen, en de textielvakschool in Enschede ging. In die tijd was Enschede een echte textielstad. Vanuit Haaksbergen gingen de meeste mensen de textiel in en ook Johans vader was baas in een textielfabriek.
‘Ik kon met 6 jaar al koeien melken’
Op een boerderij in Sint-Isidorushoeve, nabij Haaksbergen, zag op 9 maart 1942 Truus Rupert, samen met haar tweelingzus Rickie, het levenslicht. Zij waren de derde en vierde van het gezin dat uiteindelijk uit maar liefst dertien kinderen bestond. “De pil was er nog niet en vader en moeder waren gek op elkaar”, lacht Truus. Ze kijkt terug op een fijne tijd op de boerderij met het grote gezin. “We waren met zeven broers en zes zussen. Eerst was er nog een dienstmeid, maar die was niet meer nodig toen wij ouder werden. Ik kon met 6 jaar al koeien melken. Om half zes ’s ochtends moest ik opstaan voor het melken van elf koeien. Tot half acht ’s avonds was het werken en dan gingen we met kinderen uit de hele buurt spelen.”
Grenscontroles
Toen de textielfabriek waar Johan werkte failliet ging, kreeg zijn carrière een bijzondere wending. Hij ging naar de douane en werkte als douanier in het Brabantse Wernhout, bij de Belgische grens, en werd later overgeplaatst naar Rotterdam. Van daar uit ging hij naar Lobith om als douanier op het water (de Rijn) aan de slag te gaan. Na Lobith volgde Denekamp, waar Johan bij de grensovergang ging werken. Na vier jaar ging Johan naar het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek), waar hij vanuit Denekamp door heel Nederland bedrijven bezocht om gegevens op te vragen. Dit bleef hij doen tot zijn pensioen. Truus doorliep de lagere school, huishoudschool en in het verlengde daarvan de Mater Amaliaschool, allemaal in Haaksbergen. Daar deed Truus ook huishoudelijk werk bij andere mensen in huis. Zo ook bij de familie van Johans vriend Martin. Zodoende leerden Johan en Truus elkaar kennen. De vonk sloeg over en na Johans militaire diensttijd in ’s-Hertogenbosch trad het stel in het huwelijksbootje.
Bruiloft in de sneeuw
Op 3 oktober 1961 gaven Johan en Truus elkaar het jawoord voor de wet, bij het gemeentehuis van Haaksbergen. Op 28 december van datzelfde jaar volgde het kerkelijk huwelijk in de Sint-Isidoruskerk in Sint-Isidorushoeve. Aansluitend volgde de bruiloft in het tegenovergelegen Café Dwars. Johan en Truus herinneren zich nog hoe er op die dag een dikke laag sneeuw lag. Het kersverse echtpaar ging vanwege Johans werk als douanier in de grensstreek wonen. Eerst twee jaar in Elten. Het destijds Nederlandse dorp ging in 1963 terug naar Duitsland, waarop Johan en Truus achtereenvolgens in Lobith en Denekamp kwamen te wonen. In Denekamp kwamen zij in een nieuw huurhuis aan de Malandstraat, die zij na ongeveer vijf jaar konden overkopen. Het gezin was bij de komst in Denekamp al compleet nadat in Elten Michel, in Lobith René en in Denekamp Jeroen werden verwelkomd. Inmiddels hebben alle drie zoons zelf ook twee kinderen. Johan en Truus zijn trotse opa en oma van één kleinzoon en vijf kleindochters.
Dubbele Koninklijke Onderscheiding
Trots is het echtpaar ook op hun drie schildpadden, waarvan er een al bijna 60 jaar oud is, en hun hondje Daisy waarmee ze graag wandelen. Daarnaast hield Johan in zijn vrije tijd van klootschieten en gingen Johan en Truus altijd graag met de kinderen naar hun zomerhuisje in Sauerland dat ze al bijna 60 jaar hebben. Maar het echtpaar is in hun vrije tijd al tientallen jaren voornamelijk in Kulturhus Denekamp (en haar voorgangers Gemeenschapswerk Denekamp en Trimaran) te vinden. Daar zetten zij zich in verschillende functies als vrijwilliger in, vooral in het welzijns- en gastvrijheidswerk. Johan is er nog steeds het gezicht achter de bar. Daarom werden zij eind vorig jaar door burgemeester Joosten benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Daarbij benoemde de burgemeester dat het echtpaar bijna tot het interieur van het Kulturhus behoort.