Terug
column guido tijman Guido Tijman

Boeren zonder vleugels

COLUMN - Elk jaar hebben we vaste zomergasten die zonder te betalen weer weggaan. Een half jaar bivakkeren ze in de schuur en de daarboven gelegen zolder. Ze melden zich niet, laat staan dat ze een reservering hebben, borg betalen of een huurcontract tekenen. Ze komen met z’n tweeën. Een paar maand later zijn er opeens een stuk of vier of vijf bij. Een midzomer doen ze dat dan nog even dunnetjes over. Nu deze zijn volgroeid verzamelen ze zich met hun soortgenoten om binnenkort weer te vertrekken richting Afrika. Zonder ook maar één cent te betalen en nadat ze alles hebben ondergescheten. Vandalisme en wanbetaling: bij menselijke huurders zou je de borg inhouden en ze eruit schoppen. Maar bij de boerenzwaluw zijn we blij dat hij volgend voorjaar weer terugkomt. En blij is ook de meneer van de jaarlijkse vogeltelling als hij hoort dat dezelfde nesten weer door dezelfde vogels bezet waren.

Guido Tijman |

De boerenzwaluwen danken hun naam aan hun verbondenheid met de boerenerven. Ze nestelen zich graag in stallen, schuren, hooizolders en andere agrarische gebouwen. Bij voorkeur op de balken en richels. Bij het vee vinden ze bouwmateriaal en vliegen en insecten. Net als de boer zijn ze behoorlijk honkvast en draaien ze met de seizoenen mee. Ze verschijnen wanneer de akkers worden ingezaaid en verdwijnen weer wanneer er is geoogst. Vogels genieten de ultieme vrijheid – ze vliegen zomaar weg naar een armer, warmer continent. Die vrijheid heeft de boer niet. Daar draait het werk 365 dagen per jaar door. En de vrijheden worden door overijverige overheden en bestuurlijke instanties steeds verder aan banden gelegd. Afgelopen week stond het Nicolaasplein en de Eurowerft vol trekkers en de gemeentehal vol bezorgde boeren. In de zoveelste aangrijpende betogen vertelden ze hoe ze tegen bestuurlijke muren aanliepen. 

Voor antwoorden op hun onzekerheid gingen ze van de gemeente naar de provincie, van de provincie naar Den Haag, van Den Haag naar Brussel, alwaar ze hoorden dat ze bij de gemeente moesten zijn. Van het kastje naar de muur. De vlaggen hangen weer op de kop. Zeven jaar verder en terug bij af. En nog kan er niet vooruit worden geboerd. Ze raken verstikt in vergunningen, voorschriften en een papierwinkel waar de gemiddelde boekhouder de hik van krijgt. De zwaluw kan de boel onderschijten zonder mestboekhouding, een moddernest maken zonder bouwvergunning en voert geen dieradministratie wanneer er opeens vijf jongen het nest uitsteken. En wordt het te koud? Dan pakt hij zijn biezen en vliegt naar Afrika. Niemand die om een reisbeweging, stikstofberekening of milieueffectrapportage vraagt. En dan hebben ze ook nog toekomstperspectief: levenslang kunnen ze naar hun nest terugvliegen. Tenminste, zolang de stallen er nog staan. Want op de boerderij zijn het al ruim zeven jaar alleen nog de boerenzwaluwen die in vrijheid en met toekomstperspectief leven.