COLUMN - Ik ben benieuwd hoe het na de eerste twee maanden gesteld is met de goede voornemens van de lezers in 2026. Tenminste, voor wie ze heeft. Want voor veel Drinkellanders is januari nou niet bepaald de beste maand om te starten. Dry January? De meeste Dinkellandse residenties zullen in januari hun beste omzet halen. Goed, plan B: de veertigdagentijd. Een alternatieve start voor goede voornemens én een traditie in ere houden. Hoe mooi wil je het hebben? Laat dat trommelke maar vollopen. Het vastentrommelke welteverstaan. Die andere trommelkes zijn met carnaval al genoeg volgelopen. Een romantische gedachte. Maar de realiteit is dat – nu de zonnestralen zich al vroeg in het jaar meldden – de zon in de kop slaat en veel barbecues al voor Pasen staan te roken. En als er nog een iets zonnigere zondag komt, die van mij ook.
Maar goed, ik had mijn goede voornemens afgelopen zomervakantie al gesteld: vanaf september een wekelijkse column in deze weekkrant en een uurtje zwemmen. Beide leuk, maar de tweede pure noodzaak. Daar kwam ik achter bij de Baai van Kotor. Tijdens een boottocht mochten we een half uurtje zwemmen in de Adriatische Zee. Ik dook het warme water in met de intentie om naar de grotten te zwemmen. Maar al snel moest er rechtsomkeert gemaakt worden om, uit gevaar voor eigen leven, in de buurt van de boot te blijven watertrappelen en af en toe bij te komen aan de railing. Terwijl ik hijgend mijn hoofd boven water probeerde te houden, trok een vrouw die mijn oma had kunnen zijn baantjes heen en weer richting de grot. Levensgevaarlijk waren vervolgens ook de eerste drie baantjes in het buitenbad van Nordhorn. Maar voor de verandering won ik een keer van mijn eigen laksheid en bleef wekelijks zwemmen tot de kerstdagen. Er werd zelfs progressie geboekt: wekelijks anderhalve kilometer en op het hoogtepunt – toen ik er in een gekke bui nog een uurtje extra tegenaangooide – tweeënhalve kilometer. Toen ik een buurman van de zwemclub tegenkwam, zei hij in heerlijk onvervalst Twents: ‘zo, wos du ok luk nat wodd’n?’.
Dat nat worden is gelukt. Tot de kerstdagen. Toen vond ik een korte pauze welverdiend. Maar met de longontsteking die daarna kwam, had ik geen rekening gehouden. Met het carnaval was het volgende slappe excuus gevonden en zo ben ik alweer tweeënhalve maand niet ‘nat wodd’n’. Met de aankondiging dat deze column wekelijks zou verschijnen had ik de noodzakelijke stok achter de deur. Dat was het bijna verzuipen in de Adriatische Zee voor het zwemmen. Afgelopen zondag stond ik bij Twente-Feyenoord te hechel’n bovenaan het trappenhuis. Ik denk dat ik daarmee een nieuwe stok heb gevonden en deze week maar weer eens nat word. Hopelijk ga ik niet kopje onder en kan ik u komende week weer van een column voorzien.