DINKELLAND - Mijn kinderkwajongensbrein heeft vroeger, heel vroeger, wel eens stiekem gefantaseerd over een jaar lang vakantie wanneer de school zou affikken. Met die ‘beloning’ in zicht zou het nog een groter vreugdevuur zijn dan de poasboake. Totdat onze meester ons een documentaire liet zien over zweetzwoegende kindertjes die in de zomervakantie naar school moesten, om niet nog een jaar over te moeten doen nadat hun school was afgebrand.
Ik was meteen een illusie armer – maar voelde tegelijkertijd de opluchting dat ik blijkbaar niet de enige was geweest met een zondige kinderfantasie. De rozenkrans en een gang naar de biechtstoel konden – Godzijdank – achterwege blijven. De Drentse basisscholen ’t Oelebröd en De Zeijer Hoogte, respectievelijk in Ruinen en Zeijen, hielden afgelopen week hun deuren een dag gesloten. Er was geen sprake van winterverlof en er waren ook geen kinderen die hun kerstvakantie probeerden te verlengen door middel van brandstichting of een valse bommelding. Nee, hier bleven de deuren gesloten omdat er een wolf was gesignaleerd. Zouden er dan toch kwajongens zijn geweest die de wolf probeerden te lokken door een paar pond shoarmavlees op het schoolplein neer te leggen? Dan hebben ze het in Ruinen goed aangepakt, daar hadden de leerlingen maandag vrijaf. In Zeijen hebben ze hun huiswerk niet goed gedaan, daar zaten de leerlingen namelijk al in de klas toen de deuren sloten, waardoor ze de hele vrijdag binnen moesten blijven. Dichter bij huis, hier over de grens in Brandlecht, was de wolf net voor de kerstdagen op bezoek bij de familie Dircks. Zestien drachtige ooien werden verscheurd, negen van hen overleefden de slachting niet. Een columniste van de zaterdageditie van de Tubantia schreef eerder, nadat ‘probleemwolf’ Bram was afgeschoten, een emotioneel betoog waarin ze fantaseerde over de achtergebleven weeswelpjes die ze een naam gaf. Ik heb nog geen nieuw betoog voorbij zien komen met namen voor de ooien – en ongeboren lammetjes – op de schapenboerderij in Brandlecht. Hoeft ook niet, want de familie Dircks kent al hun 150 schapen, waarvan sommigen met de fles grootgebracht, bij naam. Nu wil ik geen pleidooi houden om alle wolven lukraak af te schieten, want als natuur- en dierliefhebber vind ik het ook prachtbeesten om te zien – maar dan in de Poolse bossen waar zij ongestoord kunnen leven. Ons dunbeboste en dichtbevolkte land is simpelweg ongeschikt om mens, wolf en schaap vredig naast elkaar te laten leven. Zelfs achter metershoge stroomhekken. Bij onze oosterburen ziet men dat inmiddels in en mag er komende zomer op alle wolven worden gejaagd.