Het Almelo-Nordhornkanaal is voor mij meer dan een oude vaarweg. Het is een deel van mijn geschiedenis. Mijn opa, geboren in 1889 en overleden in 1961, woonde bij het kanaal in Albergen. Hij maakte de opkomst én de laatste jaren van de kanaalvaart mee. Als kind speelde ik langs de oevers, zonder te beseffen dat hier ooit honderden mannen met schop en kruiwagen aan een immens karwei hadden gewerkt.
Nog altijd fietsen we regelmatig langs het kanaal. Het opmerkelijke is dat het sinds de aanleg in 1886 nauwelijks van aanzien is veranderd. Juist daardoor is het een levend monument. Wie goed kijkt, kan zich voorstellen hoe hier in de negentiende eeuw duizenden kubieke meters grond werden verplaatst met niets meer dan spierkracht, eenvoudige gereedschappen en een enorme hoeveelheid doorzettingsvermogen.
Het kanaal was onderdeel van een ambitieus plan om Twente met Duitsland te verbinden. Het Nederlandse deel, van Almelo tot de grens bij Denekamp, werd in 1886 geopend; in 1902 kwam de verbinding met het Eems-Vechtkanaal bij Nordhorn tot stand.
De verwachtingen waren groot. Het kanaal moest handel, werkgelegenheid en welvaart brengen. Maar de werkelijkheid haalde de plannen snel in. Toen het kanaal eenmaal klaar was, waren de binnenvaartschepen al te groot voor de smalle en ondiepe vaarweg. Zelfs in het topjaar 1912 passeerden minder dan vijfhonderd schepen de sluizen. Na de opening van het Twentekanaal werd het stil. In 1960 voer het laatste turfschip door het kanaal.
Daarna nam de natuur het langzaam over. Het water stroomt nu ogenschijnlijk vredig door het Twentse landschap. Van het zware werk dat hier ooit werd verricht, is nauwelijks iets zichtbaar. Maar de geschiedenis is niet verdwenen. Daarover is in de loop der jaren al het nodige opgetekend. De geschiedenis van het Almelo-Nordhornkanaal en de mensen die eraan werkten, is in verschillende boeken en publicaties beschreven en daarmee voor een belangrijk deel bewaard gebleven. Maar een geschiedenis die op papier staat, blijft toch iets anders dan een geschiedenis die je kunt zien, horen en beleven.
Het verhaal van de polderjongens
Dat is precies waar Polderjongens, de nieuwe locatietheaterproductie van Theaterproducties Twente, om draait. Van 26 augustus tot en met 13 september wordt het kanaal zelf het decor voor het verhaal van de mannen die deze vaarweg met hun handen hebben gegraven. De arbeiders kwamen uit Drenthe, Friesland en Overijssel. Zij waren op zoek naar werk, een inkomen en een beter bestaan. Zes dagen per week werkten zij onder vaak zware omstandigheden: in regen, wind, kou en hitte. Met een schop en een kruiwagen groeven zij uiteindelijk een kanaal van 37 kilometer lang.
Het waren geen bekende namen. Geen bestuurders, ondernemers of industriëlen. Gewone arbeiders, die door hun inspanningen wel degelijk een blijvende bijdrage leverden aan de ontwikkeling van Twente. Hun namen verdwenen grotendeels uit de geschiedenisboeken, maar hun werk ligt er nog altijd. Dat maakt Polderjongens meer dan een voorstelling over het verleden. Het verhaal raakt aan thema's die nog steeds actueel zijn: arbeidsmigratie, bestaanszekerheid, sociale ongelijkheid, de zoektocht naar een beter leven en de vraag wie uiteindelijk profiteert van vooruitgang. Daarmee krijgt de voorstelling ook een hedendaagse lading.
Theater op de plek waar het gebeurde
De kracht van Polderjongens zit niet alleen in het verhaal, maar ook in de locatie. Het publiek zit niet in een theaterzaal ver van de geschiedenis, maar aan het kanaal zelf. Het landschap vormt het decor. Het water stroomt er nog steeds. De oevers liggen er nog. En op diezelfde grond werkten ruim een eeuw geleden de mannen over wie de voorstelling gaat.
Theaterproducties Twente heeft met producties als Van Katoen & Nu, Het Verzet Kraakt en Van Katoen en Water al vaker laten zien dat regionale geschiedenis verrassend krachtig theater kan opleveren. Met Polderjongens wordt opnieuw een vergeten verhaal voor het voetlicht gebracht.
Voor mij krijgt dat verhaal een extra betekenis. Het kanaal waar mijn opa woonde, waar ik als kind speelde en waar ik nog steeds regelmatig langs fiets, wordt tijdelijk een podium. Dat maakt mij niet alleen nieuwsgierig, maar ook bijzonder betrokken.
Ik kijk dan ook uit naar Polderjongens. Ik ben benieuwd hoe de makers de mannen, hun harde bestaan en hun dromen tot leven brengen. Misschien verandert daarna ook mijn eigen blik op het kanaal. Want wie eenmaal weet wat zich hier heeft afgespeeld, ziet voortaan meer dan water en oevers.
Onder dat stille water ligt een geschiedenis van zwoegen en volharding. Van armoede en hoop. Van mannen die met hun handen aan de toekomst van Twente bouwden.
Het kanaal stroomt nog altijd. Hun verhaal verdient het om niet opnieuw te verdwijnen.
Martin Paus