Terug
ROB_5777 kopie Foto's Rob Warmes
Gemeente

Lattrop-Breklenkamp viert honderdjarig bestaan van de Cuyperskerk en kijkt uit naar een toekomst met zeggenschap over eigen kerk

LATTROP - BREKLENKAMP - In 2019 vierde Lattrop-Breklenkamp het tweehonderdjarig bestaan van de Heilige Simon en Judaskerk. De eerste parochiekerk, een waterstaatskerk, werd in 1926 vervangen door een bijzondere, karakteristieke kerk onder architectuur van bouwmeester Joseph Cuypers. De in de regio unieke Cuyperskerk vierde afgelopen zondag haar honderdjarige bestaan met sfeervolle en goedbezochte eucharistieviering, gezellig samenzijn en tentoonstelling. Maar waar Lattrop-Breklenkamp viert, kijkt het ook positief vooruit naar de toekomst, waarbij de regie in eigen handen wordt genomen.

Guido Tijman |

Het thema van de viering was In goede harmonie verbonden. Dit is een verwijzing naar de goede band die er altijd is geweest tussen de katholieke en protestantse inwoners van Lattrop-Breklenkamp. “Ondanks de reformatie, bouwden de katholieken en protestanten in 1818 samen de eerste kerk. Alles werd samengedaan, een heel mooi stukje oecumene. De protestantse gemeente Ootmarsum, waar de protestantse inwoners van Lattrop-Breklenkamp bij waren aangesloten, schonken de eerste kerkklok. Op deze klok stond de tekst ‘In goede harmonie’. Helaas is de klok in de oorlog verdwenen, maar het geeft wel aan hoe sterk de oecumene toen was. En dat is ook gebleven. Met de protestantse gemeenschappen in Breklenkamp, Lage, Ootmarsum en Denekamp hebben we goede contacten en zijn er over en weer regelmatig uitnodigingen”, vertelt de voorzitter van Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Lattrop-Breklenkamp, Harry Smienk. 

Van schuilkerken en waterstaatskerk naar Cuyperskerk

Van oudsher viel Lattrop-Breklenkamp onder de parochie Ootmarsum. Tijdens de Reformatie kerkten de katholieke bewoners op Havenzathe Brecklenkamp, klooster Frenswegen, schuilkerken in de omgeving of in de schuilkerk op erve Scholten Lubberink in Lattrop zelf. ‘Klopjes’ kondigden de diensten in de schuilkerken aan. In 1918 werd de parochie Lattrop-Breklenkamp zelfstandig. De weg naar de kerk in Ootmarsum was lang en regelmatig onbegaanbaar in slechte weersomstandigheden. Bovendien kostte het te veel tijd omdat het boerenwerk door moest gaan. Er was grote behoefte aan een katholieke kerk in Lattrop. Na de Franse revolutie kon er een kerk worden aangevraagd wanneer er schuilkerken waren geweest. En die waren er, dus kreeg Lattrop-Breklenkamp in 1819 een eenvoudige waterstaatskerk.  Net als de moederkerk in Ootmarsum kregen die nieuwe parochie en kerk als patroonheiligen de heilige Simon en Judas mee. Na honderd jaar was het kerkje te klein geworden en moest het uiteindelijk wijken voor de nieuwe Cuyperskerk. 

Bouwpastoor Brandts

In de pastorie wijst Smienk trots naar een groot Latijns misboek dat op tafel ligt. “Begin jaren twintig is deze meegenomen door pastoor Brandts. Het is jarenlang gebruikt als misboek en heeft honderd jaar op het altaar gestaan. Pastoor Brandts kwam in 1914 naar Lattrop en leidde Lattrop door de Eerste Wereldoorlog. Hij vond de kleine, bouwvallige waterstaatskerk maar niets en stelde voor dat er wat anders moest komen. De kerkmeesters en boeren gingen naar plaatsen als Haarle (Nijverdal), Almelo en Deurningen, waar al grote kerken stonden. Met het oog op groei, en als symbool, moest er een grote kerk komen. Er kwam een ontwerp van de architect te Riele, die de meeste grote kerken in Twente had ontworpen. Maar deze kon de kunstzinnige pastoor niet bekoren, waarop hij contact opnam met de familie Cuypers uit Roermond. Met heel veel gesteggel en gedoe is dat ontwerp er toen gekomen. In die tijd liet pastoor Brandts ook de oude school – waar hij tevens voorzitter van was – en de aan de kerk grenzende pastorie bouwen in Cuypersstijl, waardoor Lattrop onder zijn leiding een echt Cuypersdorp werd.”

Architectendynastie Cuypers Bouwmeester

Joseph Cuypers kwam uit Roermond en stond bekend om zijn expressionistische stijl. Hij was de zoon van Pierre Cuypers, architect van onder andere het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam en ongeveer zeventig kerken door het hele land. Ook Joseph Cuypers ontwierp voornamelijk katholieke kerken in heel Nederland, waaronder de Sint-Bavokathedraal in Haarlem. Een ander bekend door hem getekend gebouw is de Effectenbeurs in Amsterdam. Vanaf 1920 had hij zich geassocieerd met zijn zoon Pierre jr., die op zijn beurt weer had samengewerkt met de Franse monnik architect Dom Paul Bellot. Het is aannemelijk dat vader en zoon Cuypers de huidige Simon en Judaskerk samen hebben ontworpen, aangezien er ook invloeden van Bellot zichtbaar zijn. Naast de expressionistische Cuypersstijl, laten de raampartijen ook jugendstil en art nouveau uit de jaren ‘20 zien.  

Steen voor steen gebouwd door de eigen gemeenschap

Cuypers was een bijzondere man en met zijn ontwerp kreeg Lattrop-Breklenkamp een bijzondere kerk. Maar ook een kerk die heel moeilijk was om te bouwen. Zo moesten de karakteristieke gewelven vanzelf op hun plek ‘zakken’ na het verwijderen van de steigers. Ook was er de nodige tegenslag, zo vertelt Smienk. “In 1925 werd er veel schade aangericht door een storm en daarna volgde een strenge winter. In het voorjaar van 1926 was er een noodlottig ongeval waarbij een metselaar om het leven kwam en de bouw stil werd gelegd. Ook waren er tussentijds slechte weersomstandigheden met overstromingen tot gevolg. Maar de gemeenschap van Lattrop-Breklenkamp zette zijn schouders eronder. Boeren moesten allemaal dienstdoen om, vanuit de steenfabriek in Ootmarsum en steenfabrieken uit Gelderland en Duitsland, met paard en wagen stenen op te halen. Karrenvol stenen kwamen over onverharde wegen naar het dorp. Dat zie je nog terug in de kerk aan de verschillende kleuren van de stenen. Met man en macht werd er gewerkt aan de kerk die in 1926 werd voltooid en ingewijd. Rond de Pinksterdagen werd de eerste mis opgedragen. Alle vernieuwingen werden bij de horens gevat door de pastoor. Zo zit de kerk vol met symbolen en kunstwerken, waaronder bijzondere glas-in-lood ramen in jugendstil, vervaardigd door de gebroeders Den Rooijen uit Limburg. Een Cuyperskerk is uniek in Noordoost-Twente en is steen voor steen betaald – en gebouwd – door de gemeenschap van Lattrop.”

Gastvrije plek voor oorlogs- ontheemden

De afgelopen eeuw vervulde de Cuyperskerk een beeldbepalende rol als het dorpshart van Lattrop-Breklenkamp. De inwoners bleven hun kerkgebouw onderhouden en verschillende geestelijken streken neer in de pastorie om een van betekenis te worden voor het dorp. Zo ook pastoor Leferink die Lattrop-Breklenkamp door de Tweede Wereldoorlog hielp. Smienk: “Er zijn hele belangrijke mensen geweest in de oorlog. Pastoor Leferink heeft het verzet heel veel geholpen. Hij bracht onderduikers én zestig nonnen onder. De Zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort raakten ontheemd toen hun klooster werd gevorderd door de Duitsers. Vervolgens streken ze in de kloosters in Ootmarsum en Denekamp neer, maar daar gebeurde hetzelfde. De kerk in Lattrop bood toen een gastvrije plek. In de pastorie werden allemaal bedden neergezet en een plek ingericht waar ze zichzelf konden verzorgen. Ze hadden een vaste plek rechtsvooraan in de kerk. Maar op een gegeven moment knielden ze niet meer, zodat de gaatjes die in de zolen van hun oude schoenen waren gekomen verborgen bleven. Later kwam nog terug in de archieven dat pastoor Leferink een geheime lijn had opgezet waarbij verzetsmensen en gevangenen stiekem de grens over konden steken. Dat geheim is goed bewaard gebleven. Ook in de school en bij verschillende boeren zaten mensen ondergedoken. Lattrop-Breklenkamp heeft enorm veel gedaan voor mensen in de oorlog.” 

Klokken geroofd

Toch kwam de kerk niet ongeschonden uit de oorlog. “We hebben prachtige kruiswegstaties van origineel Italiaans mozaïek glas, vervaardigd door Italiaanse kunstenaars. Maar toen in 1939 de oorlog naderde zijn ze teruggegaan naar Italië, waardoor niet alle mozaïek wanddecoraties zijn afgemaakt. En tegen het eind van de oorlog, toen de Duitsers al bijna weer vertrokken, roofden ze de klokken uit de kerktoren. Veel verdwenen brons kwamen in de jaren ’50 terug, maar de belangrijkste klok was helaas omgesmolten. Zonde. In 2012 hebben we nog een grondige restauratie van de kerktoren gehad. Bij de klokkenroof waren de buizen tussen de galmgaten uitgezaagd en de resten totaal verroest. Nog één flinke storm en de toren was omgewaaid. Verder is alleen de preekstoel verdwenen, de rest is allemaal nog in de originele staat”, zegt Smienk. 

Lokale zeggenschap

“En het zou zonde zijn wanneer zo’n bijzonder monument waar zoveel mensen voor gewerkt hebben zou verdwijnen”, blikt Smienk vooruit. “Achter de kerkmuren zien we een hoop leed door sluitingen. Dat doet veel pijn aan de gemeenschap, vooral wanneer die het net zoals hier zelf heeft gebouwd en betaald. Wij willen toe naar een nieuwe vorm van kerkbesturen, met lokale zeggenschap in plaats van op afstand. Daarom hebben we de Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Lattrop-Breklenkamp opgericht, waarmee we de tuin en pastorie hebben aangekocht. Daarmee heeft de gemeenschap volledige zeggenschap over wat ermee gebeurt. Zo is de pastorie nu een mooi, gloednieuw ontmoetingshuis voor jong en oud. We hebben ook een mooie, tastbare, Mariakapel waar ruimte blijft voor bidden en bezinning. In onze toekomstvisie hebben we nog een boel mooie plannen waar we mee bezig zijn, zoals een belevenistuin met misschien een Jonkindbeeld, een nieuw kerkplein en mooie wandelpaden.”

Godslamp blijft branden op  eigen oale groond

Maar in de toekomst blijft er ook ruimte om te kerken, benadrukt Smienk. “We hebben een prachtige viering gehad voor honderd jaar Cuyperskerk, maar ook bij ons is de vraag ‘hoe lang nog’. Er is een levendige kerkgemeenschap met veel vrijwilligers, dat willen we niet laten doven. We willen de kerk overeind houden en de Godslamp laten branden op eigen oale groond. De kerk zal op den duur multifunctioneel worden en dan volledig voor Lattrop-Breklenkamp. De gemeenschap wil de zeggenschap krijgen over het eigen kerkgebouw. Maar er blijft een altijd ruimte over die sacraal is, dat wordt een kapel waar gekerkt wordt. Daarin hebben we in Lattrop een voortrekkersrol: uit heel Twente, Achterhoek en Salland komen ze hier belangstellend naartoe om te kijken hoe wij het georganiseerd hebben. Wij leggen uit hoe je als gemeenschap niet met lege handen en een gedoofde Godslamp hoeft komen te staan, maar een prachtige plek kunt realiseren waar iedereen gebruik van kan maken én waarbij met een levendige kerkgemeenschap de Godslamp blijft branden.”  Foto’s: Rob Warmes

IMG_0620
ROB_5879 kopie
ROB_5906 kopie
ROB_5870 kopie