COLUMN - De vlag kan uit! Als je afgelopen week niet geslaagd bent, dan is het wel omdat Ons Oranje aan het WK is begonnen. Menig lezerswenkbrauw zal dan ook fronsen bij deze titel. Maar bij dezelfde lezers zal de oranjekoorts nog geen hoogtepunt hebben bereikt na het gelijkspel tegen Japan, dus bewaren we het Hup Holland Hup nog even voor als we volgende week van Zweden hebben gewonnen. Of het wordt een Laat de leeuw niet in zijn hempie staan, maar we houden de moed erin na een sterk openingsduel. Fryslân boppe dus.
Als ze mee mochten doen hadden ze zich waarschijnlijk wel gekwalificeerd met een recordaantal WK-deelnemers. En daaronder bevinden zich genoeg bananenrepublieken waardoor ze ook niet puntloos naar huis zouden gaan. Maar ook Abe Lenstra speelde in het oranje. Fryslân doet dus niet mee, maar was wel de bestemming van ons jaarlijkse kameradenweekendje. Vrijdagmiddag streek het heerschap neer in een fraaie pleats in De Fryske Marren. Om precies te zijn in Bantega, vlakbij Lemmer. Oftewel de dorpen van Sjinkie Knegt en de Beer van Lemmer, Rintje Ritsma, voor de schaatsfans. En daar vielen we met de neus in de boter, want om de hoek van onze stelpboerderij vond uitgerekend afgelopen weekend het dorpsfeest van Bantega plaats. In het hele dorp hing de vlag uit, een warm onthaal. Wel de Friese vlag – en nergens oranje te bespeuren – maar die bevat ook rood-wit-blauw.
Na een dagje Lemmer mengden we ons dan ook tussen de locals. Al snel vielen we op en uiteraard deden onze accenten ons meteen de das om. Maar nadat we duidelijk maakten dat we niet uit Groningen kwamen en een Fries vissershoedje opdeden, waren we van harte wolkom. Na een gezellige avond Friese rock ’n roll werden we zaterdagochtend opgehaald door dezelfde taxichauffeur die ons de avond ervoor had teruggebracht uit Lemmer. En dat brengt herinneringen naar boven die al heel snel vergeten waren. Tot zijn grote vreugde vertelde de beste man, met Friese tongval, hoe iemand van ons gezelschap bij het uitstappen een poging tot fierljeppen deed. Alleen was degene even vergeten dat hij geen stok bij zich had, waardoor hij roemloos in de sloot belandde. Een ander waande zich dan weer een reiger toen hij begon te spugen, terwijl de penningmeester er huilend van het lachen naast stond, aldus de taxichauffeur bij wie de tranen ook over zijn wangen biggelden bij het vertellen van deze anekdote.
Desondanks duurde het niet lang tot overmoed weer de overhand nam bij onze ‘kapiteins’ op de Friese meren. Die bleken iets te gortig voor onze sloepjes, waardoor de kapiteins – die zich al even de schippers van de Kameleon waanden – met een nat pak rechtsomkeert moesten maken. Gelukkig lagen er nog genoeg highlights op de vaarroute, waaronder het Woudagemaal (grootste stoomgemaal ter wereld en UNESCO-Werelderfgoed) en de kleinste van de Elfsteden, Sloten. Maar de rust in het idyllische Sloten werd ruw verstoord toen een van de zelfbenoemde kapiteins in de steek werd gelaten door zijn stuurmanskunsten en het prijzige bootje op een historische brug ramde. Het gebeuren trok veel ramptoeristen, maar gelukkig was zowel de boot als de brug tegen een behoorlijk stootje bestand. Ten slotte is het ook niet heel handig als je tijdens een vaartocht je kleine boodschap moet doen. Maar ‘wat moet, dat moet’. Alleen sta je er na de opluchting nogal troosteloos bij, moederziel alleen tussen de sloten en het riet, wanneer de bootjes zijn weggevaren. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Afijn, volgend weekend blijven we op de vaste oale groond. Hopelijk verzorgt dan het Nederlands elftal de hoogtepunten van het weekend en gaan we ook in Fryslân een beetje oranje zien tussen de rode pompeblêden op de blauwwitte banen.