COLUMN - Tijdens een groepswandeling liepen we door een tunneltje onder de spoorbaan en knalde mijn hoofd tegen een lage balk. Dat kwam hard aan al ving de pet een deel van de klap op. Lichtelijk versuft krabbelde ik overeind en liep verder. Degenen die het hadden zien gebeuren, waren behoorlijk geschrokken.
Gelukkig was even verderop de koffiepauze in een restaurant. Maar binnen was mijn adrenaline uitgewerkt en in de warme ruimte voelde ik een duizeligheid opkomen. Het licht ging ineens uit en toen ik kort daarna weer bijkwam, stonden de anderen om mij heen. Ik was flauwgevallen. Dat overkomt mij zelden, maar ik heb het als dominee meerdere keren tijdens een kerkdienst zien gebeuren. De betreffende persoon wordt wit en zakt weg. Meestal duurt het niet lang en met een glaasje water en een natte theedoek gaat het weer over. Zo ook bij mij. Een kopje koffie en appeltaart met slagroom zorgden voor de rest van het herstel. Ik had de wandeling willen uitlopen, maar ze vonden het beter mij met een auto naar het vertrekpunt terug te brengen. Dank aan de chauffeur. Er zijn allemaal lieve mensen om ons heen. Toch wil je liever weer op eigen benen staan en gewoon verder met het leven. Zodra je anderen nodig hebt, leert dat bescheidenheid. Ons kan namelijk allemaal wat overkomen en zelfstandigheid is betrekkelijk. Samen sta je sterk. Iemand was van mijn flauwte zo geschrokken, dat hij dacht dat ik het niet overleefde. Met Pasen hebben we gevierd dat ook dan de wereld verder gaat. Kijk niet achterom, maar kijk vooruit. Houd je ogen open voor al het moois, maar tegelijk voor gevaar dat dreigt. Dat had ik achteraf ook moeten doen natuurlijk. Beter opletten waar ik loop. Maar een ongeluk zit helaas in een klein hoekje.
Ds. Roelof Kloosterziel