Op 22 september jl. had ik het genoegen het onlangs verschenen boek over Clemens von Bönninghausen (1785–1864), geschreven door jhr. dr. Igor Wladimiroff, aan te bieden aan prinses Irene (1939), voor wie ik grote bewondering koester.
De betekenis van deze ontmoeting ging voor mij echter verder dan de bewondering die mij ertoe bracht haar dit boek te overhandigen. Ik ervaar namelijk een bijzondere verwantschap tussen de persoon en gedachtewereld van prinses Irene en die van Clemens von Bönninghausen. Beiden worden gekenmerkt door een diepe verbondenheid met de natuur en door een eerbied voor het leven in al zijn verschijningsvormen.
Juist deze gedeelde gevoeligheid voor de levende wereld vormt voor mij, over de grenzen van tijd en context heen, een bijzondere verbinding tussen beiden. Vanuit die gedachte voelde het vanzelfsprekend om dit recente werk aan prinses Irene te mogen overhandigen.
Prinses Irene heeft gedurende haar hele leven een bijzondere relatie met de natuur ontwikkeld. Voor haar is de natuur meer dan alleen de wereld waarin wij leven. Zij beschouwt de mens als onderdeel van een groter geheel, waarin alles met elkaar verbonden is. Die visie vormt een rode draad in haar leven en in haar geschriften.
Ook Clemens von Bönninghausen werd in belangrijke mate gevormd door zijn omgeving en zijn verbondenheid met de natuur. Hij groeide op in Fleringen, op het landgoed Herinckhave. Daarvan maak ik ook gewag in het voorwoord dat ik voor deze publicatie schreef:
“Sommige plaatsen dragen hun geschiedenis niet luidruchtig uit, maar bewaren haar in stilte. Het Twentse landgoed Herinckhave is zo’n plek. Wie er wandelt, ziet vooral rust, oude bomen en het glooiende landschap. Weinigen weten dat hier de wieg stond van een man die zijn sporen ver buiten Tubbergen, ja zelfs ver buiten Nederland, heeft nagelaten: Clemens Maria Franciscus von Bönninghausen.”
De verbondenheid met zijn geboortegrond en met de natuur bleef hem gedurende zijn hele leven bij. Hij ontwikkelde zich tot botanicus en hield zich intensief bezig met de homeopathie. Zijn belangstelling voor de natuur en voor de wetmatigheden die hij daarin meende te herkennen, vormde een belangrijke basis voor zijn denken en zijn werk.
Juist daarin zie ik een bijzondere overeenkomst met prinses Irene. Waar Von Bönninghausen de natuur bestudeerde en trachtte haar samenhang en vermeende genezende kracht te doorgronden, zoekt prinses Irene naar een hernieuwde verbinding tussen mens en natuur. Die gedachte loopt als een rode draad door haar leven en haar boeken, waaronder Dialoog met de natuur, Aarde, ik hou van jou en Leven in verbinding.
Steeds opnieuw benadrukt zij dat de mens zich niet boven de natuur zou moeten plaatsen. Wij zijn geen buitenstaanders die de natuur naar believen kunnen gebruiken, maar maken er zelf deel van uit. Haar ervaringen in Zuid-Afrika, waar zij zich inzette voor het herstel van een groot natuurgebied en waarover zij schreef in Bergplaas, laten zien dat haar verbondenheid met de natuur niet alleen een overtuiging is, maar ook in haar handelen tot uitdrukking komt.
De kern van haar boodschap is eenvoudig en tegelijkertijd diepgaand: “Wij zijn natuur.” We zijn afhankelijk van de lucht die we inademen, het water dat we drinken en van de bodem, bossen, zeeën, planten en dieren om ons heen. Wie de natuur als iets buiten zichzelf beschouwt, vergeet daarmee volgens haar een wezenlijk deel van zichzelf.
Daarom roept prinses Irene niet alleen op tot bescherming van de natuur, maar vooral tot het herstellen van onze persoonlijke verbinding ermee. Werkelijk kijken, luisteren en ervaren kan ons opnieuw doen beseffen dat wij deel uitmaken van een groter, levend geheel.
Misschien ligt daarin wel de meest wezenlijke overeenkomst tussen prinses Irene en Clemens von Bönninghausen: de overtuiging dat wie de natuur werkelijk leert kennen, uiteindelijk ook zichzelf beter leert begrijpen. Bij beiden lijkt de natuur niet slechts het decor van het menselijk bestaan te zijn, maar een levende werkelijkheid waarvan de mens zelf deel uitmaakt.
Tegen die achtergrond was het mij een bijzonder genoegen om deze uitgave, die met zorg en toewijding door de Stichting Heemkunde Tubbergen tot stand is gebracht, aan prinses Irene te mogen overhandigen. Ik hoop dat het boek een mooie plaats in haar boekenkast mag krijgen en haar zal herinneren aan Clemens von Bönninghausen, aan zijn geboortegrond in Twente en aan de bijzondere verbondenheid met de natuur die hem gedurende zijn leven heeft geïnspireerd.
Martin Paus