COLUMN - We kregen via de app een kort filmpje toegestuurd van onze oudste zoon. Het fragment duurde slechts een paar seconden en gaf een kijkje onderwater in het zwembad. Een grote lap die recht naar beneden hing, met een groot gat in het midden, vulde bijna het hele scherm van mijn mobieltje. Aan de zijkant waren nog de benen van onze zoon te zien. Daar verscheen door het gat ineens het vrolijke gezicht van de kleindochter, die in oktober was geboren. Driekwart jaar is ze en ze gaat naar babyzwemmen.
Zonder enige vorm van protest of angst maakt Caroline een paar bewegingen met de armen en stijgt vervolgens vanzelf naar boven. Daar zal ze uit het water zijn getild door haar vader. De kleine kan duiken. Reflexen hebben haar verteld dat ze pas weer kan ademhalen als ze boven is. De lippen houdt ze stevig op elkaar, maar de ogen zijn open. Mijn ouders zijn nooit met mij naar het zwembad geweest. Ik leerde zwemmen toen ik ongeveer tien jaar was. In een ijskoud buitenbad met een strenge meester stond ik bibberend aan de kant. Eerst oefende je op het droge, kikkertje wijd snoek. Daarna ging je met plastic bandjes om de buik en een plankje als houvast het diepe in. Traumatisch was het. Echt duiken heb ik ook nooit gedurfd. Het valt te bezien of de kleinkinderen later nog zo dapper zijn als toen ze baby waren. Deze zoon had netjes zijn A diploma gehaald, maar op vakantie in een ander bad was hij het helemaal verleerd. Een aardige instructrice heeft hem opnieuw bijgebracht dat water ook leuk kan zijn. De kleindochter is wat mij betreft geslaagd voor het leven. Ze is niet gedoopt, maar heeft tenminste luctor et emergo geleerd. Ik worstel en kom boven.
Ds. Roelof Kloosterziel