COLUMN - Afgelopen weekend was ik jarig en als je jarig bent mag je kiezen wat je eet. Zoals meestal het geval is viel de keuze op Chinees. Gelukkig was ik niet op dinsdag jarig, want dan zit Hai-Jin dicht. Een strategische keuze van eigenaresse Ming Jin, aangezien vrijwel alle horeca op maandag gesloten is. Het verjaardagsgeluk begint al wanneer ik haar stem door de telefoon hoor.
De endorfineaanmaak stijgt tot ongekende proporties wanneer ik ter bevestiging een nummertje krijg. Wanneer ik tussen de leeuwen van Hai-Jin het restaurant binnenloop en op mijn afhaalbestelling wacht, voelt het altijd als pakjesavond. Vol verwachting klopt ons hart, wie de kroepoek krijgt, wie de gard. Het contrast met de wachtkamer van de dokter of tandarts kan niet groter zijn.
Wat zullen die leeuwen van Hai-Jin in de afgelopen decennia veel hebben meegemaakt. Strak aan het fietspad van de Nordhornsestraat zullen ze ooggetuigen zijn geweest van de nodige nachtelijke braak-, voos- en valpartijen. Stilzwijgend en stoïcijns keken ze toe, als de hoeders van het dorp. In het dorp was enkele weken terug overigens grote paniek. Volgens het geruchten- en roddelcircuit zou Hai-Jin stoppen. Ming en haar echtgenoot zouden gaan genieten van hun welverdiende pensioen en het Chinees, Indisch en Kantonees specialiteitenrestaurant zou plaats maken voor appartementen. En dat nadat eerder De Lange Muur in Ootmarsum en Royal Plaza in Oldenzaal al verdwenen. Hoe erg het gemis was bleek wel toen Pieck Fijn anderhalve maand geleden voor één dag de luikjes van de voormalige Chinees weer opende, en heel Ootmarsum aan de Chinees zat. Zou Eetcafé Jimmy – als enig overgebleven afhaalchinees – dan hét nieuwe culinaire centrum van Dinkelland worden?
Terug naar de wachtruimte. Het ultieme geluksmoment volgt wanneer Ming mijn nummer opleest en een grote, witte, dampende plastic tas omhooghoudt. En ook de geruchten blijken vals. De wokpannen worden nog niet aan de wilgen gehangen, volgens Ming. Ze gaan gewoon nog een paar jaar door. Godzijdank. De leeuwen van Hai-Jin blijven waken over het dorp. Ondertussen kijk ik even in mijn agenda en zie ik dat ik volgend jaar op zondag jarig ben – en besluit dat, zolang Hai-Jin nog bestaat, ik alleen nog elders eten haal als ik op een dinsdag jarig ben. In de auto steek ik mijn neus even in de zak om diep te inhaleren. Soms valt de keuze (ook) op saté, foeyonghai, ko loe yuk of loempia. Maar bijna altijd op bami en babi pangang. Heel veel bami en babi pangang.
Stiekem altijd té veel zodat ik er de volgende dag ook nog van kan genieten. Want het is alsof er een Aziatisch engeltje over je tong piest. Of, zoals mijn meest markante kameraad het altijd zegt: ‘Dat maj mie ’s nachts in de bek drukk’n’.