Algemeen

77-jarige Agnes Vreeswijk-Weiden na bijna zestig jaar nog altijd actief als kraamverzorgster

WEERSELO / DEURNIGEN -  Vorige week dinsdag was het een feestelijke dag aan de Oude Postweg in Deurningen. Onder zomerse omstandigheden was de familie van Hugo en Esther Breukers-Weiden op kraamvisite bij hun pasgeboren dochter Suze. Stralend middelpunt was de 77-jarige kraamverzorgster Agnes Vreeswijk-Weiden die haar nichtje Esther hielp bij de kraamperiode. Agnes werd in het zonnetje gezet omdat zij bij zowel Wilma als de kinderen van Wilma de kraamverzorgster was. Agnes wijst zichtbaar trots, naar al haar nichtjes en neefjes waar zij heeft mogen helpen. 

Terwijl de uit Weerselo afkomstige Agnes in haar witte kraamzorgpak achter de beschuit en muisjes zit vertelt haar familie trots dat ze een dag eerder, op maandag 21 augustus, 77 jaar is geworden en nog altijd werkt als kraamverzorgster met een 0 urencontract. Ook nu ze sinds het plotseling overlijden van haar man, in Borne woont, brengt de kraamzorg haar veel positiviteit.

’s Nachts met de buurman mee in de auto en ’s ochtends eerst de kachel aanmaken

“In september 1964, bijna zestig jaar terug, ben ik begonnen. Toen was ik nog jong”, lacht Agnes. “Ik vond het mooi werk en wist dat ik dit wou gaan doen, maar je moest eerst 18 zijn voor je in de opleiding kon. Van mijn 16e tot 18e was ik in betrekking en kwam in een gezin met 5 kleine kinderen waar ik de hele huishouding moest runnen. Dus ik had al een gedegen opleiding gehad. Mijn eerste kraamgezin had ik in de Bisschop Balderinkstraat in Oldenzaal. Nu is het voor mij meer hobby, maar kraamzorg was toen echt hard werken. Het was bijna zestig jaar geleden en alles zag er heel anders uit. ’s Ochtends moest je soms de kachel aanmaken om het warm te krijgen in huis. Alle was moest in een wasbakje omdat er geen wasmachine was. Een vaatwasser of droger was er ook niet. Boven was er vaak geen douche, maar de kraamvrouw moest je wel wassen en het bed verschonen. Onderweg ging het stratenboek mee. Je moest eerst de weg uitzoeken op kaarten, want navigatie was er natuurlijk nog niet.

“Voor de kraam moest ik altijd tien dagen werken en daarna was je twee dagen vrij. De werkdagen waren tien uur lang, van 8.00 tot 19.00 uur, hetzelfde werk kan nu allemaal in een paar uur. Nu zijn er allemaal voorzieningen en gaan ze gewoon onder de douche, dat is wel een heel verschil. Thuis was er geen telefoon. Wanneer ik na twee vrije dagen weer moest beginnen moest ik naar het kraamcentrum in Oldenzaal om bereikbaar te zijn. Daar zat ik ‘op wacht’, ook ’s nachts, tot de telefoon ging. Nadat er gebeld werd kwam er vaak een buurman, familielid of bekende om je op te halen. Dan ging je gewoon mee, ook ’s nachts. Ik weet niet of ik dat nu zou doen, maar toen was dat heel normaal.”

Plakboeken vol baby’s

“Ik heb zes jaar gewerkt tot we in ’72 gingen trouwen”, vertelt Agnes enthousiast verder. “Want in die tijd was het niet gebruikelijk om te werken als je ging trouwen. Ik heb zelf 3 kinderen gekregen heb inmiddels 9 kleinkinderen. Toen onze jongste 15 was in ’92 ben ik weer begonnen. Ik werkte eerst bij VVT Ootmarsum, toen bij BTK en nu bij Maartje. En ik doe het nog altijd met veel plezier. Bij alle kinderen van dit gezin ben ik kraamverzorgster geweest. Zoals vandaag bij familie is wel speciaal, dan ga je ‘op vleugels’. Maar ik was niet alleen bij familie, maar bij vele kinderen in de regio. Alle kaartjes en foto’s die ik heb gekregen heb ik bewaard. Hoeveel? Geen idee, maar het zijn dikke plakboeken vol! Nu zijn er heel veel foto’s gemaakt met de mobieltjes, maar zestig jaar geleden was een foto nog heel bijzonder.”

Met het vliegtuig voor kraamzorg in Spanje

In de loop der jaren maakte Agnes van alles mee. “Van piepkleine flatjes tot grote landhuizen waar de tuinman koffie voor je zet, zo kom je overal. En het zijn natuurlijk niet allemaal gezinnen zoals hier. Er zijn ook hele andere situaties. Zo hielp ik eens bij een meisje dat in handen was gevallen van een loverboy, en bij een meisje dat van huis uit helemaal geen kind mocht krijgen. Een ander meisje ging naar een pleeggezin. Ik heb toen ook tegen de leidinggevende gezegd dat ik haar wel zo wou meenemen om haar te laten voelen hoe het is om in een gezin te wonen, dat kende ze helemaal niet. Dat zijn dan de schrijnende gevallen, het is ook heel fijn om er voor hen te kunnen zijn.

“Bijzonder was ook de kraamhulp in Spanje. Daar was een bekende voetballer die voor het Nederlands elftal heeft gespeeld die ons benaderde omdat er in Spanje geen kraamhulp is. Daarvoor kon je je inschrijven, ik werd uitgeloot en mocht er dus heen. Twee keer ben ik toen met het vliegtuig naar Spanje geweest waar ik door de chauffeur van de voetbalclub werd opgehaald. Ik zou nog voor een derde keer weer gaan, maar toen was de bevalling een week voordat mijn dochter Elles ging trouwen, en dus ging dat helaas niet door.”

“Zolang ik nog niet hijgend de trap op kom ga ik door”

“Dat hoop ik niet!”, is het resolute antwoord van Agnes wanneer haar wordt gevraagd of de bevalling van haar nichtje haar laatste als kraamhulp is. “Ik heb nog een contract bij Maartje, dus hoop dat ik nog af en toe mag helpen. Het werk is veel minder zwaar dan toen ik 18 was, ik mag nog graag werken en doe het met plezier. Het mooiste is om de bevalling te assisteren en daarna de zorg van het hele gezin er achteraan. Als iets niet goed gaat, het weer op de rit krijgen is ook heel mooi. De zorg bieden die nodig is en er zijn voor mensen, dat is mijn doel.

“Het is geweldig om acht dagen contact te hebben met ouders en dan de zorg mooi af te sluiten. Het is ook altijd fijn om te evalueren hoe zij en ik het hebben ervaren. Je krijgt veel mensenkennis als je zo lang in het vak zit. Ik vraag ook altijd hoe ze het vinden om geholpen te worden door iemand die zo oud is. Maar tot nu toe vinden de mensen het altijd leuk dat ik kom, en dan vind ik dat ook. Zolang ik nog niet hijgend de trap op kom ga ik door!”, lacht Agnes.