Sport & Vrijetijd

Tekst door: Theo Leoné

NK dammen in klassen B en C in Westerhaar; Brink en Meuleman jagen vijf dagen op fraaie slagzetten

Slaagzetspecialist Koert Meuleman (links) en klassiek strateeg Gert Brink. Fotograaf: Theo Leoné

WESTERHAAR – Gert Brink en Koert Meuleman hebben wekenlang uitgekeken naar hun toernooi om het Nederlands kampioenschap dammen. Maanden zelfs. Vijf lange dagen piekeren de twee zich suf over de beste aanval, slimme zetjes en in geval van nood een creatieve uitweg naar remise. Heel de week van 25 tot en met 29 oktober staat het clubgebouw van damclub Witte van Moort aan de Asterstraat in Westerhaar in het teken van het nationale kampioenschap in de klassen B en C.

Ondernemer Meuleman (1960) boog zich in 2011 voor de eerste keer over het dambord. Werd lid van een damclub. “Het eerste jaar win je niks”, waarschuwde oude rot Bennie Hessing. “Misschien haal je een remise. Maar je moet wel doorzetten. Dammen is prachtig.” Sneller dan gedacht kreeg Meuleman de smaak te pakken. Kwam goed uit de opening, kreeg zelfs voordeel maar ving uiteindelijk meestal bot. In dat eerste jaar tenminste. “Je kende de trucs nog niet. Ook al stond je erg goed, telkens werd je op het eind gepakt. Meestal dan.”

Gaandeweg beet Meuleman echter beter van zich af en verraste hij menig hoofdklasser. Het geheim achter de opmars? Training van topspelers als Marino Barkel en Edwin Twiest. Plus niet te vergeten internationaal grootmeester Andrej Kalmakov – een Rus die vriend aan huis is. “Training? Nooit heb ik training gehad”, lacht Gert Brink (1953). “Ik was boer en speelde regelmatig tegen mijn buurman. Op een dag vroeg hij of ik niet eens mee wilde naar de club in Dedemsvaart. Leek me niets. Maar goed, ik won de eerste partij. Werd zowaar direct kampioen in de derde klasse! Een jaar later ook in de tweede klasse. Dammen mag ik graag doen. Vroeger damde ik tussen het aardappels rooien door.”

Tweede helft toeslaan
Brink en Meuleman zijn spelers die vaak in de tweede helft van de partij toeslaan. Eerst maar even afwachten. Wat doet de tegenstander? Loopt die misschien te hard van stapel? Beet! En weer is een slachtoffer op de lijst bijgeschreven. Brink: “Mijn voorkeur gaat uit naar het klassieke spel.” Dat betekent een sterke centrumbezetting en evenwicht. Terwijl Brink meer een strateeg is, loert Meuleman voortdurend op zetjes. Om zijn kennis fris te houden ligt naast zijn dambord – thuis natuurlijk – een combinatieboek van Harm Wiersma of Andrej Kalmakov. Wat is mooier dan om je tegenstander te vloeren met een geweldige slagzet?

Meuleman: “Het mooie van het NK in Westerhaar is dat je speelt tegen mensen van je eigen sterkte. Ik speel voor een plaats bij de top vijf. Jaren geleden nam ik twee keer deel aan een sterk toernooi in Amersfoort. Daar waren spelers met een rating tussen de 700 en 1500. Gegarandeerd dat je de eerste vier partijen verliest. Geef mij maar een toernooi zoals in Westerhaar – nog dicht bij ook nog – waarbij de spelers ongeveer van dezelfde sterkte zijn.”

Tweede keer in Westerhaar
Ook concurrent Gert Brink is blij dat Witte van Moort voor de tweede keer het NK dammen in de klasse B en C houdt. “In Westerhaar komt de breedtesport naar voren. Daar heb ik mij als bestuurder van de Overijsselse dambond altijd voor ingezet. Ik ben blij dat Witte van Moort het NK voor anderen dan de echte topspelers heeft opgepakt.”