Sport & Vrijetijd

Gerard Marsman hoopt in nieuwe jaar zijn C1000 museum te openen

Gerard Marsman voor een van de stellingen die al compleet is ingericht in zijn C1000 museum. Foto: Bianca Hellemons

HELLENDOORN – Maar liefst vijf jaren heeft Gerard Marsman eraan gewerkt om de oude grupstal naast zijn woning om te toveren tot een museum. Al lijkt het meer op een supermarkt, want in het museum staan allerlei stellingen vol met oude producten en verpakkingen van het voormalig supermarktconcern C1000.

“We hopen dat we einde van het jaar alles helemaal af hebben en volgend jaar open kunnen zonder maatregelen”, zegt Gerard. De schappen worden langzaamaan gevuld. De lege verpakkingen die zijn aangeleverd worden met hout gevuld, zodat het lijkt dat ze nog vol zitten en ze zijn dan makkelijker neer te zetten. 

In het buitengebied van Hellendoorn, richting Marle, groeit iets bijzonders. Gerard is al vijf jaar serieus bezig met zijn project, een C1000 museum. Want de liefde voor het voormalig supermarktconcert zit diep bij de Hellendoorner. Marsman begon in 2005 bij C1000 Rob Loomans. Hij werkte in de vulploeg en schopte het tot assistent-bedrijfsleider. Zijn hart lag en ligt nog steeds bij de C1000. “Er hing altijd een gezellige sfeer en de klant was er koning. Je deed het met elkaar, je was een soort familie van elkaar. Zo voelde het in elk geval voor mij. C1000 was een winkel van de ondernemers, van daaruit is het ook ontstaan. Tegenwoordig wordt alles van bovenaf geregeld, er is weinig inbreng voor de eigen ondernemers. Al moet je de sfeer wel zelf maken”, benadrukt Gerard. “En het zelfscanplein van tegenwoordig… Wat moet ik daarvan zeggen?” 

Verzameldrang
Ongeveer tien jaar heeft Gerrit in de Hellendoornse supermarkt gewerkt. Hij begon daar allemaal gebruikt reclamemateriaal te verzamelen, nadat hij een C1000-spandoek had ontvangen. En sindsdien is zijn verzameldrift enigszins uit de hand gelopen. Op een gegeven moment had hij dozen vol met allerlei waren: van poppetjes, folders, plaatjes, draagtassen, kleding, actie- en spaarspullen. “De zolder bij mijn ouders stond helemaal vol, mijn kamer lag vol met C1000 spullen.”

Alles origineel
Gerards grootste wens? Een C1000 museum openen. En dat gaat na vijf jaar hard werken gebeuren. Sinds de sluiting van de laatste winkel op 18 juli 2015 komen er bijna nog dagelijks spullen binnen bij Gerard. Stad en land struint hij af om zijn museum zo compleet mogelijk te maken. Zo bestaat de entree uit een originele pui met schuifdeuren, is er een kassa, zijn er vele mandjes, winkelwagentjes en stellingen vol met originele verpakkingen van het huismerk. “Heel veel krijgen we van oud-personeelsleden. Ik heb zelfs enkele materialen van de voorloper Centra”, zegt Gerard. En hij laat vol trots een bord, uit waarschijnlijk de jaren ’60, zien. “In Elst ging het distributiecentrum dicht. De man die daar zat vanuit jumbo had van ons museum gehoord. Anders waren deze mooie spullen naar de stort gebracht.”

Samen met zijn broer en vader wordt er bijna wekelijks geklust om Gerards droom te verwezenlijken. De schuur is eerst helemaal gestript. De boxen waar de koeien lagen zijn weg, er zit een nieuwe kap op en de vloer is vernieuwd. Er werd een schets gemaakt met de indeling van de winkel, zoals die vroeger was. “Je kwam vroeger eerst binnen bij de groente, daarna het brood, kaas en vlees. We proberen per gangpad de boel na te bouwen. Als je kijkt hoeveel verpakkingen er zijn. Voorheen had je een meter boterhamzakjes met alle merken die op dat moment voor handen waren. Nu hebben we een meter helemaal gevuld met verpakkingen van het eigen merk.”

Lege verpakkingen
De meeste verpakkingen hebben geen originele inhoud meer. Marsman heeft alles leeggemaakt. “Natuurlijk had ik het liefst alles willen houden, maar de producten en de verpakkingen zijn niet meer van de kwaliteit van vroeger. We hadden een oud blikje cola dat geëxplodeerd was. Zo’n explosie wil je straks niet in het museum hebben. Dan tast dat ook andere producten aan. En hondenbrokken die we donker hadden opgeslagen werden toch vochtig. En ik heb er niets aan als er muizen bij komen. Als ik hier spullen weg moet gaan gooien, krijg je het nooit weer.” En dus werd met pijn in het hart de inhoud van bijna alle verpakkingen weggegooid. De vader van Gerard heeft de lege doosjes gevuld met op maat gezaagde stukken hout, zodat de verpakkingen vol ogen en goed in de schappen blijven staan.

Alles wordt in eigen tijd, in eigen beheer gedaan. Zelfredzaamheid dus, want sponsors zijn er niet. “Tot nog toe heb ik bijna alles zelf bekostigd. Via de Vriendenloterij krijgen we een kleine bijdrage per lot van degenen die ons willen steunen. Maar dat is bij lange na niet genoeg, niet eens voor de elektriciteit. En we hebben een bijdrage ontvangen van de Rabobank.”

Originele inrichting
In het museum staan al vele schappen vol, klaar op de plek waar ze moeten komen, afgedekt met plastic. De flessenautomaat staat al klaar om weer te draaien, plastic groente en fruit zijn in grote getalen ingekocht om de vershoek te vullen. Er is een (deel van) een oven van de bakkerij en een postkantoor zoals je die vroeger in de supermarkt vond. “Deze kan straks mooi dienst doen als binnenkomst, voor de kaartverkoop. Ik wil de zaken echt zoveel mogelijk laten zien zoals het er vroeger uit zag.”

Een enorme toeloop verwacht Marsman niet. Maar enkele oudgedienden van de C1000 lijken te popelen om het eindresultaat te mogen bekijken. “Ik heb niet de illusie wekelijks bussen met dertig personen te mogen ontvangen. De website heeft onlangs een kleine update gehad en een dag later had ik al vierhonderd bezoekers op de site gehad. Ik werd meteen al gebeld voor boekingen. Zo ver is het helaas nog niet. Maar ik hoop begin volgend jaar eindelijk de deuren van mijn C1000 museum te kunnen openen. Voor inwoners van de gemeente en voor toeristen zal het een leuk uitje zijn.”