Columns

De Vleeschauwer

Dat is toch wel een vreemde manier om het woord vleeshouwer te spellen.
Een vleeshouwer is een oud woord voor iemand die vee slacht en het vlees verkoopt. Tegenwoordig gebruiken we daarvoor gewoon het woord slager. Zou er voor de vegetarische slager ook zo’n ouderwets woord te vinden zijn?
Heeft de titel van deze column dan wel een raakvlak met ons Veenmuseum?
Dat heeft het zeker.
Tijdens de rondleiding met ons veentreintje laten we de bezoekers bij de laatste halte uitstappen om het huis van een veenarbeider uit 1900 te bezichtigen. Daarna verplaatsen we ons naar het jaar 1920 en komen bij de boerderij terecht. Er zijn diverse werktuigen te zien, zowel binnen als buiten.
Op één van die werktuigen staat in duidelijke letters “De Vleeschauwer”.
Het is een keer gebeurd, dat een paar bezoekers schrokken van dat woord en met afkeurende ogen naar dat voorwerp keken. Zij bleken vegetariërs te zijn. Ik kon ze echter geruststellen. Deze “machine” is niet bedoeld om vlees te verwerken. Het is een bietensnijder. Hierin wordt de voederbiet in stukjes gehakt om te dienen als veevoer in de winter.
Het museum MIAT in Gent (België) beschrijft deze bietensnijder zo:
“Gietijzeren scherfmolen of raapmolen. Gietijzeren mand waar de rapen ingevoerd worden. Onder de mand zit een ronddraaiende trommel waar spiraalvormige messen zijn op gemonteerd. De trommel met messen wordt in beweging gezet door aan de zwengel te draaien.”
Deze Vlaamse omschrijving wilde ik u niet onthouden.
Verschillende leden van de familie De Vleeschauwer waren in het begin van de 20ste eeuw hoefsmid. Een aantal broers specialiseerde zich later in het vervaardigen van landbouwwerktuigen en na de bouw van een gieterij in 1921 werd men bekend met de productie van de raapmolen of bietenmolen "La Rapide". De smidse groeide uit tot een internationaal bekend bedrijf, dat later op de productie van wasmachines overschakelde.
Eén van onze molens heeft een zijstuk dat uitkomt in de molen met de snijmessen. Aan de voederbieten zat vaak nog grond. Zand schuurt natuurlijk de maag, maar te veel zand vindt het vee ook niet lekker. De voederbieten werden in dat zijgedeelte gelegd en door de draaiende beweging ging de meeste grond van de voederbieten af en deze vielen redelijk schoon in de molen zelf. De voederbieten konden door het vee zo zonder grond worden opgegeten.
Een andere naam voor voederbiet is mangelwortel en daarmee is meteen duidelijk dat de bietensnijder ook mangelmolen wordt genoemd.
Wist u trouwens, dat er van 1957 tot en met 1994 een radioprogramma heeft bestaan met de naam ‘Onder de groene linde’? Ate Doornbosch presenteerde daarin mondeling overgeleverde liederen, gezongen aan de bietenmolen, bij het spinnen en tijdens het nettenboeten.

Ronald de Jong