Columns

Column Hans Pape uit Vriezenveen

Hans Pape

Onderstaand artikel is door Hans Pape [foto] geschreven. Hans Pape (*1950) is geboren en getogen aan het Westeinde te Vriezenveen. Hij was onderwijzer aan de Rehobothschool te Westerhaar (1971-1989) en directeur christelijke basisscholen te Arnemuiden (1989-2013). Hij is auteur van ‘De Bruggebuurte’. Dit boek geeft middels foto’s en verhalen een impressie van Vriezenveen in de jaren 1950-1972. Verkrijgbaar voor €19,95 bij Smoes Rijwielen, Christelijke Boekhandel ‘De Akker’ en het Historisch Museum, alle te Vriezenveen [Of via: jlpape@zeelandnet.nl met verzendkosten].

Wieder
Soms gebeuren er verdrietige dingen. Ook in het kinderleven, zoals bij mijn klasgenoot Harry Smelt. Zo stond hij bij de meester te boek. Voor ons heette hij simpelweg Harry vån de Kuper. Hij woonde op Westeinde 276, een heel eind verwijderd van ons huis. Dat droeg nummer 525. Buiten school om speelden wij dan ook niet met elkaar. Zijn vader, Gerrit Smelt, had een bijdetijdse, goedlopende kapperszaak. Later bouwde Harry die uit tot het huidige regionaal actieve ‘Smelt Kappers’. Ja, het jongetje werd later een succesvolle ondernemer.

In 1959 kreeg Harry’s vader hartproblemen. Enige tijd later overleed hij. Als kind werd mij dat sobertjes meegedeeld. Er werd thuis nauwelijks over gesproken. De zaken van het leven en dood hoorden blijkbaar bij de grote mensen. Als klasgenoot op afstand borg ik het maar op. Dacht er niet aan en dus ook niet erover na. Want het léven ligt voor je, niet waar?

Harry’s moeder zag zich genoodzaakt de zaak voort te zetten. Ze sloeg zich er goed doorheen. Alle tijd had zij daarom niet voor haar tweede zoon. Hij zocht vertier bij vriendjes in de buurt. Ook zwierf hij wel eens op zijn fiets door het dorp.

Enige dagen na de begrafenis zwierf ik ‘s ochtends óók wat rond, in ónze buurt. Stond even stil bij de benzinepompen van Koning. Plotseling kwam Harry aan fietsen. Hij zag mij staan en stopte. Hij wilde een praatje maken. Heel begrijpelijk, maar mij overviel het. Vragend keek hij me aan. Mijn reactie bleef uit. Want: hoe moest ik beginnen? 

“Hoi”, begon Harry toen maar. Ik zweeg nog steeds. Plots floepte er: “Hoe geit ’t met oen va?” uit mijn mond. Meteen realiseerde ik me, dat het niet zo’n slimme vraag was. Hij moest bij Harry wel als een zwerfkei op één nacht ijs vallen. Tenminste dat vermoedde ik.

Maar mijn klasgenoot dacht daar anders over. Hij was blij dat ik een bres in de muur van zwijgen had geslagen. Dat hij eindelijk kon delen wat hem bezighield. Hij begon zachtjes: “Mien va is dood!” Met een rood hoofd hoorde ik het aan. Gespannen wachtend op de uitbarsting die komen zou. Maar Harry vertelde onverstoord door. Dat zijn vader ziek werd, overleed en van de begrafenis. Ik hoorde het aan. Zei maar niets. Toen hij klaar was, keek Harry mij opgelucht aan. “Zo, ik gao meer es wieder”. Hij nam een aanloopje en sprong op zijn fiets.

Over die ontmoeting hebben wij nooit weer gesproken. Ook niet toen hij vanaf mijn twintigste regelmatig mijn haren knipte. Er waren wel andere onderwerpen, luchtiger van aard.

Maar de laatste tijd - ruim zestig jaar later en Harry al weer jaren ‘uut de tied’ is - komt dat gesprekje nu en dan weer boven. Vanmorgen nog werd ik ermee wakker. Wat er achter zit weet ik niet precies…   

Zou het alleen maar zijn, omdat mijn vraag van toen zo dom was? Als dat zo is, dan troost mij de verwondering. Soms kunnen ‘stomme’ vragen blijkbaar ‘onwijs wijs’ uitpakken. Op zo’n moment merk je dat er regie over ons leven wordt gevoerd. Of begint bij me het besef door te dringen, dat mijn bestaan hier op aarde eindig is?         

Er is een antwoord dat beide vragen omsluit. Het is nu meer dan tijd onze dagen te tellen en te spéllen! Om zo oog te krijgen voor de regie daarvan. Met een hart dat openstaat voor de grote Regisseur. Dan kun je gerust en toegerust verder.

Straks neem ik ook een aanloopje en spring op mijn fiets. Nou ja, een aanloopje? En spring? Maar ik ga wel ‘wieder’. Vol goede moed het nieuwe jaar in. Fietst u mee?