Columns

Column Cor Kolthof: De Overtocht

Zeg Frans, waar ben jij eigenlijk geboren? Op de boot. Hè, hoezo op de boot? Mijn vader was KNIL militair in Indonesië, wij werden gedwongen gerepatrieerd naar Nederland en ik ben onderweg geboren op ss Atlantis tijdens die overtocht. Het verhaal van Frans, is het verhaal van velen, zoals: Anis en Fien, van Johny, Cor, Willem en meer Molukse generatiegenoten. Hartelijke mensen die Molukkers, trotse mensen ook, die, wanneer je eenmaal hun vertrouwen hebt, voor je door het vuur gaan. Het Molukse verhaal ken ik buitendien van twee ooms die allebei “voor hun nummer” dienden in Nederlands-Indië; met veel respect spraken die over de moedige Molukse KNIL soldaten.

In maart was er veel aandacht voor het feit dat 70 jaar geleden, de eerste Molukse KNIL militairen met hun gezinnen aankwamen in Nederland. Repatriëren betekent: terug naar het vaderland. Hoe dat “vaderland” zich als een kille stiefvader gedroeg, weten we maar al te goed. Over de pijnlijke elementen uit die tragisch gezamenlijke geschiedenis, konden we opnieuw lezen in de media. De Week van Hellendoorn-Nijverdal besteedde eveneens aandacht aan de geschiedenis van Molukkers in Nijverdal, en in Overijssel, want inderdaad: “het verhaal moet blijvend worden verteld”.

Het aangrijpende verhaal bijvoorbeeld van dhr. Ririhena, 98 jaar, uit Wierden (Tubantia 20 maart). Hij werd als 18-jarige gedwongen te vechten tegen de Jappen. Over hoe hij hier aangekomen werd ontslagen als militair en zijn uniform niet meer mocht dragen. Hoe hij steeds maar boos was in kamp Vossenbos, maar die boosheid uiteindelijk door Bijbelstudie wist om te zetten en Nederland kon vergeven; edelmoedig gedrag par excellence!

Dat militairontslag voelde als een mes in de rug zo vertelde de directeur van het Moluks Museum dhr. Timisela, in een NOS-rapportage. Erger nog: als een “Koninklijk” mes zelfs. Want hoe Koninklijk was het om het KNIL te ontbinden om vervolgens de met hun gezinnen gerepatrieerde soldaten, hier te ontslaan? Getuigend van een hardvochtige overheid - ook toen al - die ver af staat van z’n burgers. Schaamteloos was het, bovendien ook dom; zie Engeland, dat richtte voor zijn Gurkha’s, de Koninklijke Gurkhabrigade op, dat elitekorps bestaat nog steeds.

De meeste Molukse KNIL soldaten leven niet meer, die hebben hun allerlaatste overtocht al gemaakt. Als het Hemels paradijs bestaat, dan hoop ik voor hen dat dit paradijs er uitziet zoals die prachtige Molukse eilanden. Maar dan wel zoals ze waren, nog vóór dat er ooit een “Blanda” voet aan wal zette.

Appèl. Graven van Molukse KNIL militairen hebben in Almelo en Wierden een eervolle bijzondere status gekregen. In Hellendoorn is dat ( nog) niet het geval. Mijn oproep aan de raad van Hellendoorn: volg dit uitstekende voorbeeld van Almelo en Wierden per omgaande.