Algemeen

Jan Oude Vrielink voor altijd verbonden aan Wierden als dé pastoor van 't dorp

WIERDEN – Emeritus-pastoor Jan Oude Vrielink vierde afgelopen weekend dat hij zestigjarig geleden tot priester werd gewijd, onder meer met een feestelijke viering in de basiliek van Tubbergen. De 85-jarige senior was tot 2005 het vaste gezicht van de Wierdense katholieke gemeenschap. En ondanks dat hij al weer vijftien jaar in buurtstad Almelo woont, heeft hij nog steeds een warme band met Wierden, het dorp waar hij dertig jaar lang als pastoor actief was. Zo mocht hij twee jaar terug de nieuwe Mariakapel aan de Vriezenveenseweg officieel openen en inwijden en afgelopen jaar de eerste steen van het nieuwe St. Jansgebouw inmetselen. Het typeert de betrokkenheid van deze dorpspastoor, die door een groot deel van de Wierdense samenleving nog steeds wordt omarmd.

 

Oude Vrielink zag het levenslicht in 1935, een jaar nadat zijn vader en moeder getrouwd waren. Hij was de eerste telg van dit Twentse gezin, dat uiteindelijk uit zestien kinderen zou bestaan. Bijzonder is het zeker als Oude Vrielink meldt dat zijn vijf broers en tien zussen nog allemaal in leven zijn. Zijn eerste jonge jaren bracht hij door in het buurtschap Nutter, op een huurboerderij. In 1941 verhuisde de familie naar Oud-Ootmarsum om daar een leven op te bouwen op een flinke lap grond, waar in eerste instantie alleen een keet en een schuur stond. “Ik kan me nog herinneren dat de boerderij werd gebouwd en dat ik daar 'aan mee heb geholpen' door met m'n kleine schepje zand te scheppen”, vertelt Oude Vrielink schaterlachend.

 

Arts in plaats van priester

Als dertienjarig jochie verruilt hij het boerenleven voor een plek op het klein seminarie te Apeldoorn. “Ik herinner me nog goed dat ik voor het eerst in m'n leven een treinreis maakte naar Apeldoorn. Dat was echt een hele reis!” Geheel vrijwillig was die stap in de godsdienstige wereld overigens niet, laat Oude Vrielink weten. “Pastoor Schepers vroeg aan mijn vader 'wat de oudste zou gaan doen'. Ik zag het totaal niet zitten om priester te worden en ik besloot dan ook om bij alle vakken het laatste deel van het examen niet in te vullen; dan zou ik vast wel zakken. De uitslag kwam per post en ik wilde de brief niet open maken. Zag er als een berg tegenop. M'n vader bekeek de uitslag: geslaagd met allemaal zevens. In de brief was vermeld: 'Proficiat, maar uw zoon werkt wel langzaam.'. Het niet afmaken van de examens had dus niet geholpen en dat vond ik vreselijk. Ik wilde namelijk arts worden en besloot om hard te gaan studeren, zodat ik ook daardoor ook tijd had om het gymnasium af te ronden. Daar kwam ik ook in aanraking met fysiologie en theologie en toen ging de knop als het ware om; voor mij was er geen reden meer om iets anders te gaan doen.”

 

Na het succesvol afronden van de opleiding, werd Oude Vrielink op 24 juli 1960 tot priester werd gewijd. Hij kwam voor een jaar in Harmelen terecht, om uiteindelijk via een tussenstop in Slagharen in 1965 als kapelaan in IJsselstein te worden aangesteld. “Daar heb ik het tien jaar ontzettend naar m'n zin gehad; richtte me onder meer op godsdienstlessen op de lagere scholen en de Mulo (later mavo -red.) en het jeugdwerk.”

 

Gelukkig in Wierden

De stap van kapelaan naar pastoor in eenzelfde parochie kwam nooit voor, laat Oude Vrielink weten, hij wist dus dat zijn roeping elders zou liggen en niet in IJsselstein. Toen kardinaal Alfrink hem benaderde met de vraag of hij in Wierden pastoor wilde worden, was er weinig twijfel. “Toch moest ik wel weer wennen aan Twente en met name m'n moeder vroeg zich af of Wierden wel een geschikte plek was voor mij was. Ik kan nu alleen maar zeggen dat ik er een ontzettend mooie tijd heb beleefd! Ik ben echt gelukkig geweest in Wierden.”

 

Volgens zijn ouders heeft 'ie een dikke olifantenhuid, iets wat je in die jaren als pastoor nodig had. “Het was een lastige periode voor de kerk, met veel veranderingen en gezeur. Ik ben iemand die open staat voor kritiek, daar kun je immers altijd van leren als het terecht is. En als het onterecht is, dan laat ik het langs me heen gaan. Ik denk dat die instelling me veel heeft gebracht. Mijn ouders waren gelukkig ook al zo, ze hebben me dat meegegeven.”

 

Veel contacten

Oude Vrielink heeft veel mooie herinneringen aan zijn dertigjarige loopbaan als pastoor in Wierden. “Ik kon er mezelf zijn en heb echt enorm veel schik gehad in die tijd. Niet alleen in parochieverband, maar ook met de jeugd en jongeren waaronder de voetballers van het toenmalige Omhoog, met de buurtbewoners van de Stationsstraat en de contacten met de Hervormde Kapel, de Molukse kerk en de Gereformeerde kerk. Dat contact was heel intens en goed, dat voelt heel dierbaar. Met oud-dominee Gerhard ter Maat van de gereformeerde kerk heb ik bijvoorbeeld nog steeds heel goed contact. Het voelt allemaal nog steeds heel warm en daar ben ik iedereen nog steeds dankbaar voor. Misschien komt het ook wel hoe ik zelf in het leven sta, ben niet zo'n hokjes-denker. Het maakt helemaal niet uit welk geloof je hebt, uiteindelijk is iedereen in de basis gelijk.”

 

Bouw- en geldzaken

In Wierden werkte de pastoor als een paard, waarbij zestig tot zeventig uur per week geen uitzondering was. “Ik ben in 1976 voor de Wierdense parochie aangesteld en volgde daarmee kapelaan Klein Wormink en pastoor Wagemans op. Al hun taken heb ik op me genomen. Ik zou ook een kapelaan ter ondersteuning krijgen... maar die moet er trouwens nog steeds komen”, zegt Oude Vrielink sarcastisch. “Doordat ik handig was – ik heb bij m'n ouders zelf een grote schuur van 20 bij 22 meter gemetseld – hield ik me ook bezig met bouw- en geldzaken binnen de parochie. Denk onder andere aan de afbraak van het zustershuis en de bouw van het nieuwe deel van het voormalige Sintjansgebouw.”

 

Annie Horstman

In 1994 kwam Annie Horstman als gastvrouw naar Wierden. Oude Vrielink kende haar al via het secretariaat van de Sint-Willibrorduskerk in Almelo. “Zij was ook degene die me achter de vodden aan zat, maar ook degene die me met de neus op de feiten drukte dat ik té veel uren maakte. Op een gegeven moment was ik elke week op zondagavond van 19.00 uur tot 23.00 uur het parochieblad nog aan het typen. Dat kon volgens haar echt niet meer en zij heeft veel taken van me overgenomen, zoals het werk op de computer, maar ook het koken en regelen van andere zaken. Daar ben ik haar nog steeds heel dankbaar voor. We hebben een hele mooie en fijne tijd gehad. Ze is in 2015 overleden aan kanker; ik heb haar tot op het laatste moment hier thuis verzorgd.”

 

Op tijd stoppen

Annie is ook degene die de oud-pastoor een aantal jaren terug al aan het denken heeft gezet wat de toekomst betreft. Dit jaar heeft de uitbraak van het corona-virus net dat laatste zetje gegeven. “Ik ben dit voorjaar helemaal gestopt met het voorgaan in vieringen, dat deed ik nog in Twello en Tubbergen. Je moet stoppen op het moment dat je het nog kan. Stel je toch eens voor dat ik dement word en dingen ga vergeten of overslaan. Of dat je bijna niet meer kan lopen en misschien wel valt. Dat moet je niet willen en die periode moet je voor zijn. Ik ben van mening dat je in een viering een goed verhaal moet kunnen brengen. Dat kan wat mij betreft ook een betrokken vrijwilliger zijn en niet zozeer een pastoor, zeker gezien de huidige omstandigheden met een tekort aan priesters. Dan moet je niet door willen gaan, terwijl het eigenlijk niet meer verantwoord is. Nu kan ik zelf in ieder geval met een goed gevoel op mijn leven als pastoor terugkijken.”

 

Herder van een kudde

Bovendien speelt ook mee dat het werk als pastoor is veranderd, geeft Oude Vrielink te kennen. “In Wierden voelde ik me als een herder: die maakt koude nachten mee, bedreigingen van leeuwen of ander wild. En als herder waak je over je kudde. Het leven geeft vreugde en verdriet en als pastoor heb ik ontzettend veel meegemaakt, ik kende mijn parochianen. Dat was eigenlijk niet meer het geval toen ik ook bij vieringen binnen de overkoepelende Marcellinusparochie moest voorgaan. Dan kom je in een andere kerk in een ander dorp. Dan doe je de viering en vervolgens rijd je weer terug naar huis. Het wel en wee van de mensen krijg je dan niet mee. Op zeventigjarige leeftijd ben ik dan ook met pensioen gegaan, in 2005.”

 

Inmiddels woont Oude Vrielink al weer vijftien jaar in buurstad Almelo. Naar volle tevredenheid, zo laat hij weten. “Ik kom nog vaak in Wierden, ik ben onder andere lid van de damvereniging. Ik hou van dammen, al ben ik niet heel fanatiek meer. Ik vind het contact met andere mensen gewoon leuk. Het gaat me niet meer om het winnen. En of ik ooit nog in Wierden ga wonen? Nee, ik zit hier heel fijn in Almelo; heb buren die naar me omkijken en heb een prachtige diepe tuin met achterin ook nog een moestuin. Daar geniet ik enorm van, zeker nu in coronatijd. Bovendien, vanuit Almelo net iets sneller in Ootmarsum, bij m'n familie. En Wierden is hier ook om de hoek; prima toch?”