Algemeen

‘Ik mag gastvrouw zijn voor jong en oud’

Horeca – gastvrouw Petra ten Berge:

‘Daar in dat kleine café bij de haven . . . . ‘. Wie kent niet het lied waarmee Vader Abraham wereldroem in Nederland en Vlaanderen verwierf? Hij bezingt daarin de charme van het buurtcafé, de eenvoud waardoor iedereen zich er thuis voelt. Een bijna vergeten wereld. Bijna. Kulturhus De Bijenkorf probeert als ‘huiskamer van Borne’ toch iets van die laagdrempeligheid in ere te houden. Iedereen kan er gewoon binnenlopen, een kop koffiedrinken, met anderen bijpraten of een krantje lezen aan de leestafel. Zelfs een broodje met alles erop en eraan is mogelijk. Alleen het biljart ontbreekt om een ‘putke te stutt’n’.

Als gastvrouw speelt Petra ten Berge – Meulenkamp – samen met haar horecateam – daarbij een belangrijke rol.

“Ik zit mijn hele leven al in de horeca, eigenlijk al vanaf mijn veertiende”, vertelt zij terwijl zij druk is met het maken van een flinke lunch. “Ja, dat doen wij ook. Wij maken heel veel lunches voor groepen die hier bijvoorbeeld cursussen volgen, maar ook voor zorggroepen, de gemeente, de provincie of het onderwijs. Er wordt veel gebruik van gemaakt”.

Terwijl in een hoek van de horecaruimte een ploeg van Special TV met camera’s in de weer is, schenkt Petra voor een paar nieuw aangekomenen geretourneerd twee koppen koffie in. Dat die routine er is wekt geen bevreemding. Ongeveer 23 jaar geleden liep zij al in de oude Bijenkorf – een houten gebouw – rond.

‘Die tijd was behoorlijk hectisch, want dat oude werd gesloopt en werd vervangen door dat wat er nu staat. Wij moesten ons toen onder meer in de Twickelschool zien te redden en dat betekende dat wij voortdurend met allerlei spullen aan het slepen waren’.

Haar eerste horeca-ervaring deed Petra op in Azelo en de daar opgedane kennis werd naderhand verder uitgebreid toen zij bij de fraters huishoudelijk werk ging verrichten. Vervolgens ging zij in restaurants aan de slag en legde toen de echte basis voor haar werk in het Kulturhus waar zij eigenlijk bij toeval terecht is gekomen.

‘Mijn voorgangster ging weg en een kennisje vroeg mij; is dat niet wat voor jou? Ik heb mij gemeld en loop hier nu alweer 23 jaar rond. Officieel ben ik ambtenaar, maar zo voel ik mij geen moment’.

De horeca in het Kulturhus draait op drie vaste krachten en een aantal oproepkrachten.

‘De horeca moet vooral in de weekeinden altijd paraat zijn, want bij alles wat er wordt georganiseerd zoals een Muziekcafé, een kindermusical, De Indonesische middag of de Popkwis, willen de bezoekers hier voor een hapje of een drankje terecht kunnen. Het is de laatste tijd extra druk, want het lijkt erop dat mensen bezig zijn met een inhaalactie na de corona beperkingen. Zelf willen wij de Ladies Night weer in ere herstellen’.

Petra geniet nog elke dag van het rookverbod in de horeca ‘want het zag hier soms blauw van de rook en het is niet gezond als je daar de hele dag in moet werken’.

Wat zij het mooiste aan haar werk vindt?

‘De menselijke contacten. Jong en oud komt hier over de vloer en ik mag gastvrouw zijn’!