Algemeen

DE GRENSOVERSCHRIJDENDE FRIEZENBRUG

ALMELO - Niemand die vanuit het centrum van Almelo via de Ootmarsumsestraat de stad verlaat, zal bij het passeren van het Almelo – Nordhornkanaal zich realiseren dat hij een voormalige grens passeert. Welke grens? Die tussen Stad Almelo en Ambt Almelo. Tot de Franse tijd waren Stadgericht Almelo en Schout- of Richterambt Almelo twee gescheiden gemeenschappen. Dat Schout of Richterambt bestond uit bezittingen van Huize Almelo die als een soort krans rond Stad Almelo lagen. 

Onder Franse druk werd aan de adellijke rechten rond 1810 een einde gemaakt en werden stad en ambt samengevoegd tot een burgerlijke gemeente. Maar eind 1813 werden de Fransen verdreven en werden langzaamaan oude adellijke rechten hersteld. Graaf Adolph Frederik Lodewijk van Rechteren wist in 1818 ondanks verzet van het stadsbestuur de scheiding tussen Stad en Ambt weer in ere te herstellen waarbij hij zijn rentmeester tot burgemeester van Ambt Almelo benoemde. De Graaf kreeg zelfs weer inspraak bij de benoeming van burgemeesters voor de stad.

In 1880 liet de Graaf aan de Ootmarsumsestraat een nieuw gemeentehuis bouwen. Ruim bemeten voor een gemeente met zo’ n 4000 inwoners en daarom werd de bovenverdieping verhuurd. Burgemeester H.A. Kloppenburg woonde naast dat gemeentehuis. Daar zal hij niet altijd met plezier hebben gewoond, want in 1886 werd naast zijn deur begonnen met het graven van het Almelo Nordhornkanaal en daarmee kreeg de scheiding tussen Stad en Ambt Almelo ook een fysiek karakter. De aanleg van de Friezenbrug vormde echter van meet af aan de verbindende schakel.

Vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw deed zich echter een ontwikkeling voor die voor de kruising van kanaal en straat niet zonder gevolgen bleef. Al ten tijde van het graven van het kanaal (1886 – 1902) met daarin zes sluizen, was duidelijk dat deze vaarweg een achterhaalde zaak was. Het 38 kilometer lange kanaal had via Nordhorn weliswaar aansluiting op het Vecht – Eemskanaal, maar het transport richting Duitsland verliep aanzienlijk sneller via de spoorlijn naar Salzbergen. Het gebruik van het kanaal liep steeds verder terug. Het verkeer over de weg nam evenredig toe ook naar het oostelijk van de stad gelegen achterland en daarbij bleek steeds vaker de Friezenbrug een hinderlijke flessenhals. Als verbindende schakel deed hij sinds 31 december 1913 ook al geen dienst meer, want op die datum waren Stad en Ambt weer tot een gemeente samengevoegd. Het oude gemeentehuis van Stad en Ambt deed nadien onder meer nog dienst als Muziekschool en Blijf van mijn Lijfhuis en heeft boven de toegangsdeur het wapen van de oude gemeente in ere gehouden.

In 1960 werd de vaarweg definitief voor de scheepvaart gesloten. De brug hoefde nooit meer opgehaald te worden en kon vervangen worden door een vaste oeververbinding. De verkeerssituatie is onverminderd problematisch met aan weerszijden van de brug in totaal wegaansluitingen. Of een rotonde de oplossing biedt?

Helemaal voor niets is het kanaal niet gegraven. Na de afsluiting voor de scheepvaart heeft zich er een fraai natuurgebied kunnen ontwikkelen met ter hoogte van Reutum nog een nostalgisch sluisje en . . . . een ophaalbrug.

 

Peter van der Molen

Uw reactie